Grondslagen voor consolidatie, waardering en resultaatbepaling


Hierna volgt een uiteenzetting van de grondslagen voor consolidatie, waardering van activa en passiva en bepaling van het resultaat van Schiphol Group. Deze grondslagen zijn in overeenstemming met IFRS, voor zover aanvaard door de EU en worden consistent toegepast op alle informatie die wordt gepresenteerd. Voorts wordt, voor zover van toepassing, voldaan aan de wettelijke bepalingen betreffende de jaarrekening zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW. Als waarderingsgrondslag hanteert Schiphol Group het historische kostprijsstelsel, uitgezonderd vastgoedbeleggingen en derivaten. Deze posten worden gewaardeerd tegen reële waarde.

Wijzigingen in de grondslagen

Schiphol Group heeft besloten tot een wijziging in de classificatie van investeringen in deposito's met een oorspronkelijke looptijd van meer dan drie maanden binnen het geconsolideerd kasstroomoverzicht. Deze investeringen worden gerapporteerd onder de handels- en overige vorderingen en mutaties werden voorheen gerapporteerd als onderdeel van de mutaties in het werkkapitaal binnen de kasstromen uit bedrijfsoperaties in het geconsolideerde kasstroomoverzicht. Echter, gegeven het doel van deze investeringen in deposito's (welke is om op korte termijn uitgaven voor investeringen in vaste activa te financieren) leidt een classificatie van de mutaties als onderdeel van de kasstroom uit investeringsactiviteiten tot een verbetering van het inzicht. De vergelijkende cijfers zijn aangepast voor deze reclassificatie.

(in EUR 1.000)

2017

Nieuw

Oud

Kasstroom uit operationele activiteiten

Resultaat

285.540

285.540

-

Exploitatieresultaat

358.661

358.661

-

Exploitatieresultaat na aanpassingen

564.550

564.550

-

Veranderingen in werkkapitaal

-9.400

-199.400

190.000

Kasstroom uit bedrijfsoperaties

555.150

365.150

190.000

Betaalde winstbelasting, interest en ontvangen dividend

-98.038

-98.038

-

Kasstroom uit operationele activiteiten

457.112

267.112

190.000

Ontvangen aflossing leningen

-290.000

-

-290.000

Investeringen in deposito's

100.000

-

100.000

Ontvangen aflossing leningen

2.422

2.422

-

Overige kasstromen uit investeringsactiviteiten

-294.384

-294.384

-

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

-481.962

-291.962

-190.000

Vrije kasstroom

-24.850

-24.850

-

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

-55.333

-55.333

-

Nettokasstroom

-80.183

-80.183

-

Stand liquide middelen bij aanvang boekjaar

250.767

250.767

-

Nettokasstroom

-80.183

-80.183

-

Koers- en omrekeningsverschillen

-214

-214

-

Stand liquide middelen

170.370

170.370

-

Nieuwe standaarden en wijzigingen in standaarden die verplicht zijn met ingang van 2018

Schiphol Group past met ingang van 1 januari 2018 twee nieuwe richtlijnen toe, te weten IFRS 9 Financiële instrumenten en IFRS 15 Omzetverantwoording klantcontracten.

IFRS 9

IFRS 9 Financiële instrumenten vervangt IAS 39 Financial Instruments Measurements & Recognition en bevat nieuwe richtlijnen met betrekking tot de classificatie, waardering, impairment en hedge accounting van financiële instrumenten. De classificatie wordt gerelateerd aan het business model en de kasstroomkenmerken van het instrument en bevat drie hoofdcategorieën voor de classificatie van financiële activa: gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten en tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst of het verlies. De bestaande vereisten in IAS 39 voor de classificatie van financiële verplichtingen zijn grotendeels onveranderd gebleven in IFRS 9. Voorts bevat IFRS 9 een nieuw impairment model waarbij wordt uitgegaan van verwachte kredietverliezen in plaats van opgetreden kredietverliezen. Dit zal leiden tot het eerder verantwoorden van kredietverliezen bij financiële activa.

Classificatie en waardering

In onderstaande tabel wordt uiteengezet welke wijzigingen optreden in de classificatie en waardering van financiële instrumenten. De wijziging in de waardering (weergegeven is de boekwaarde per 1 januari 2018) kan in zijn geheel worden toegerekend aan additioneel in aanmerking genomen te verwachten kredietverliezen, zoals besproken in de navolgende paragraaf.

(in EUR 1.000)

Classificatie
IAS 39

Classificatie
IFRS 9

Boekwaarde
IAS 39

Boekwaarde
IFRS 9

Leningen1

Overige financiële verplichtingen

Geamortiseerde kostprijs

2.064.874

2.064.874

Leningen2

Financieel passief, aangemerkt als tegen reële waarde, mutaties in de W&V

Financieel passief, aangemerkt
als tegen reële waarde, mutaties in de W&V

44.973

44.973

Schulden aan leveranciers1

Overige financiële verplichtingen

Geamortiseerde kostprijs

120.809

120.809

Te betalen interest1

Overige financiële verplichtingen

Geamortiseerde kostprijs

32.191

32.191

Passiva

2.262.847

2.262.847

Vorderingen op deelnemingen, BACH RPS3

Aangehouden tot einde looptijd

Geamortiseerde kostprijs

-53.436

-53.418

Vorderingen op deelnemingen, dividend BACH RPS3

Leningen en vorderingen

Geamortiseerde kostprijs

-22.449

-22.449

Performance shares BACH4

Reële waarde, mutaties in de W&V

Reële waarde, mutaties in de W&V

-12.169

-12.169

Leningen deelnemingen3

Aangehouden tot einde looptijd

Geamortiseerde kostprijs

-8.767

-8.767

Leningen externe bedrijven3

Aangehouden tot einde looptijd

Geamortiseerde kostprijs

-607

-607

Derivaten vorderingen5

Reële waarde, hedge instrument

Reële waarde, hedge instrument

-20.022

-20.022

Debiteuren6

Leningen en vorderingen

Geamortiseerde kostprijs

-120.336

-120.039

Liquide middelen en deposito's6

Leningen en vorderingen

Geamortiseerde kostprijs

-360.371

-360.290

Activa

-598.157

-597.761

Totaal

1.664.690

1.665.086

  • Verplichtingen die onder IAS 39 werden geclassificeerd als ‘overige financiële verplichtingen’ worden ‘financiële verplichting tegen geamortiseerde kostprijs’ onder IFRS 9. Initiële waardering geschiedt onder IFRS 9 tegen reële waarde verminderd met toerekenbare transactiekosten, en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs. Dit is ongewijzigd ten opzichte van IAS 39.
  • Eén financiële verplichting werd onder IAS 39 al aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met mutaties door de winst- en verliesrekening. Ook dit blijft onder IFRS 9 onveranderd. Hiermee wordt een inconsistentie voorkomen in de verwerking van mutaties in de waarde van deze winstdelende lening en het gerelateerde vastgoed.
  • Vorderingen en leningen betroffen onder IAS 39 financiële activa aan te houden tot einde looptijd, onder IFRS 9 worden dit financieel activa tegen geamortiseerde kostprijs. Voor deze activa geldt als doelstelling het incasseren van contractuele aflossing en rente. Initiële waardering geschiedt onder IFRS 9 tegen de reële waarde verminderd met toerekenbare transactiekosten, en vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs. Dit is ongewijzigd ten opzichte van IAS 39.
  • Waardering vindt plaats tegen reële waarde waarbij mutaties in de W&V worden verwerkt.
  • Schiphol Group houdt uitsluitend derivaten omwille van de afdekking van valuta- en renterisico’s. Evenals onder IAS 39 vindt waardering plaats tegen reële waarde, mutaties worden verwerkt in de reserve afdekkingstransacties die onderdeel is van het eigen vermogen.
  • Debiteuren, liquide middelen, deposito’s en overige vorderingen betroffen onder IAS 39 leningen en vorderingen, onder IFRS 9 zijn dit financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs. Voor deze activa geldt als doelstelling het incasseren van contractuele aflossing en (eventueel) rente. De waarderingsmethodiek blijft onder IFRS 9 ongewijzigd.

Kredietverliezen

IFRS 9 vervangt het 'opgetreden kredietverliezen'-model in IAS 39 met een 'verwachte kredietverliezen'- model. Dit nieuwe model is van toepassing op financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs bestaande uit vorderingen op en leningen aan deelnemingen, debiteuren, liquide middelen en deposito’s.

Vorderingen op en leningen aan deelnemingen, liquide middelen en deposito's

Onder IFRS 9 waardeert Schiphol Group de verwachte kredietverliezen op vorderingen op en leningen aan deelnemingen, liquide middelen en deposito’s op basis van mogelijke situaties en ontwikkelingen die er binnen een termijn van 12 maanden toe kunnen leiden dat de tegenpartij in gebreke blijft. Indien zich echter een belangrijke verandering heeft voorgedaan in het kredietrisico worden de verwachte kredietverliezen gebaseerd op mogelijke situaties en ontwikkelingen die er gedurende de verwachte totale levensduur van de vordering toe kunnen leiden dat de deelneming of bank in gebreke blijft. Een belangrijke toename van het risico wordt verondersteld indien de termijn voor betaling van aflossing en/of rente met meer dan 30 dagen werd overschreden. De debiteur blijft in gebreke bij een overschrijding van meer dan 90 dagen. Voor de vaststelling (twee maal per jaar) of het kredietrisico inderdaad belangrijk is toegenomen en voor waardering van de verwachte kredietverliezen wordt gebruik gemaakt van relevante informatie die met redelijke kosten en inspanning beschikbaar is. Dit omvat zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie als historische en toekomstgerichte informatie.

De wijziging in de per financieel actief per 1 januari 2018 in aanmerking genomen kredietverliezen is in de volgende tabel nader uiteengezet.

(in EUR 1.000)

Boekwaarde
IAS 39

Boekwaarde
IFRS 9

BACH Redeemable preference shares

53.436

53.418

BACH Dividend op Redeemable preference shares

22.449

22.449

Vorderingen op deelnemingen1

75.885

75.867

Leningen externe bedrijven2

607

607

Leningen deelnemingen2

8.767

8.767

Liquide middelen en deposito's3

360.371

360.290

  • Voor bepaling van het te verwachten kredietverlies op de Redeemable Preference Shares (RPS) is aansluiting gezocht bij het door BACH uitgegeven schuldpapier en het te verwachten kredietverlies dat onder de creditrating van dit schuldpapier wordt opgegeven. Rekening houdend met afwijkingen in looptijd en risicoprofiel is hiervan het te verwachten kredietverlies van de RPS afgeleid. De vordering uit hoofde van dividend op de RPS is volledig ontvangen in de maand juni 2018. Mede om die reden is voor deze vordering per 1 januari 2018 geen verwacht kredietverlies in aanmerking genomen.
  • Voor vier van de vijf leningen externe bedrijven en leningen deelnemingen is het kredietverlies, op basis van de ons met redelijke kosten en inspanning ter beschikking staande informatie, ingeschat op nihil. Voor één van deze leningen was per 31 december 2017 sprake van een verhoogd kredietrisico, waarmee echter in de waardering van deze lening per die datum al op toereikende wijze rekening werd gehouden.
  • De financiële instellingen waar Schiphol Group mee werkt hebben een hoge kredietwaardigheid (minimaal een S&P credit rating in de A-categorie). Het te verwachten kredietverlies is voor wat betreft de deposito’s bepaald uitgaande van de kans op in gebreke blijven volgens de credit default curves die voor deze banken beschikbaar zijn. Gegeven de directe opvraagbaarheid van de liquide middelen bij deze banken wordt daarvan het te verwachten kredietverlies ingeschat op nihil.

Debiteuren

Schiphol Group kiest er onder IFRS 9 voor zich in de waardering van verwachte kredietverliezen op debiteuren te baseren op alle mogelijke situaties en ontwikkelingen die er gedurende de verwachte totale levensduur van de vordering toe kunnen leiden dat de debiteur in gebreke blijft. Hierbij wordt primair gebruik gemaakt van een voorzieningenmatrix gebaseerd op historische ervaringscijfers in relatie tot kredietverliezen per business area. Aanvullend wordt de waardering van de kredietverliezen gebaseerd op informatie die met redelijke kosten en inspanning beschikbaar is, over actuele ontwikkelingen en verwachtingen ten aanzien van de markt en belangrijke handelsrelaties. Vorderingen op debiteuren die failliet zijn of surseance van betaling hebben aangevraagd worden voor 100 procent voorzien, evenals vorderingen die ouder zijn dan 1 jaar. Beoordeling van de verwachte kredietverliezen per 1 januari 2018 aan de hand van vorenstaande methodiek heeft een verhoging van de voorziening per die datum tot gevolg gehad van 0,3 miljoen euro.

(in EUR 1.000)

Gewogen
gemiddeld
kredietverlies

Bruto
boekwaarde

Verwacht
kredietverlies

Netto
boekwaarde

Huidig, niet vervallen

0,4%

101.394

374

101.020

1-30 dagen na vervaldatum

0,8%

13.075

103

12.972

31-60 dagen na vervaldatum

7,4%

3.773

278

3.495

61-90 dagen na vervaldatum

9,9%

1.935

192

1.743

91-180 dagen na vervaldatum

20,6%

742

153

589

181-365 dagen na vervaldatum

66,6%

659

439

220

>365 dagen na vervaldatum

100,0%

1.360

1.360

-

Faillissementen en surseance van betaling

100,0%

1.869

1.869

-

3,8%

124.807

4.768

120.039

Het financiële effect (bate of last) van de periodieke inschatting van de te verwachten kredietverliezen op financiële activa wordt, gegeven de immateriële omvang, niet op een afzonderlijke regel getoond in de geconsolideerde winst- en verliesrekening, maar als onderdeel van de regel Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeveranderingen. Voor meer details zie ook 6. Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeveranderingen.

Hedge accounting

Schiphol Group kiest ervoor de nieuwe hedge voorschriften van IFRS 9 toe te passen. De huidige hedge accounting relaties hebben als doel 100 procent van het valutarisico op een uitstaande vordering in Australische dollars en een opgenomen lening in Japanse yen af te dekken. Dit past binnen het beleid voor financieel risicobeheer. De hedge relaties voldoen aan de vereisten van IFRS 9 voor hedge accounting. De omrekeningsverschillen op de afgedekte financiële instrumenten en mutaties in de reële waarde van de afdekkingsinstrumenten worden initieel verwerkt in de reserve afdekkingstransacties en beide worden overgeheveld naar de winst- en verliesrekening bij afwikkeling van de hedge accounting relatie. Forward points worden lineair over de termijn van de afdekkingsrelatie verantwoord in de winst- en verliesrekening als afdekkingskosten en worden, tot afwikkeling van de hedge accounting relatie, opgenomen binnen de overige reserves. Voor verdere details wordt verwezen naar paragraaf 21.Overige reserves.

Transitie

Schiphol Group maakt gebruik van de mogelijkheid de vergelijkende cijfers niet aan te passen voor de effecten van IFRS 9 op classificatie, waardering en impairment van financiële activa en passiva. Ook uit hoofde van hedge accounting heeft IFRS 9 geen wijzigingen in die vergelijkende cijfers tot gevolg. Er is per 1 januari 2018 sprake van geringe wijzigingen in de boekwaarde van financiële assets die volledig het gevolg zijn van additioneel in aanmerking genomen te verwachten kredietverliezen. Deze wijzigingen zijn verwerkt in de ingehouden winst per die datum. De vergelijkende cijfers zoals gepresenteerd voor 2017 zijn derhalve in lijn met IAS 39 en niet per definitie ook met IFRS 9.

IFRS 15

IFRS 15, Opbrengsten uit contracten met klanten vervangt per 1 januari 2018 de huidige standaarden IAS 11 ‘Construction Contracts’, IAS 18 ‘Revenue Recognition’ en gerelateerde interpretaties en wordt retrospectief toegepast met ingang van 1 januari 2017. Het basisprincipe van IFRS 15 is dat een onderneming opbrengsten moet verantwoorden op het moment dat de afnemer controle verkrijgt over de geleverde goederen of diensten. Bepaling van het moment waarop de controle overgaat van Schiphol Group naar de afnemer vereist een inschatting door het management. Het merendeel van de opbrengsten van Schiphol Group betreft omzet uit het verrichten van diensten. In een uitgebreide analyse van de materiële omzetstromen is vastgesteld dat IFRS 15 geen wijzigingen met zich meebrengt in de manier waarop onder de voormalige richtlijnen tot en met 2016 omzet werd verantwoord. IFRS 15 heeft derhalve geen impact op het resultaat en het vermogen.

Implementatie van IFRS 15 geeft aanleiding tot een kleine reclassificatie binnen de handels- en overige vorderingen in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie. In de post te ontvangen baten is omzet begrepen uit luchthavengelden en concessies die in feite net zo onvoorwaardelijk is als de omzet onder debiteuren. Het enige verschil is dat de factuur nog niet is verstuurd. Onder IFRS 15 zal Schiphol Group deze te ontvangen baten presenteren als onderdeel van debiteuren. De samenstelling van de Handels- en overige vorderingen werd aangepast om deze wijziging per 31 december 2017 (voor een bedrag van 28,2 miljoen euro) en per 31 december 2018 (voor een bedrag van 36,7 miljoen euro) weer te geven. De vergelijkende cijfers zijn derhalve in overeenstemming met zowel de oude standaarden als met IFRS 15.

Overige standaarden

Naast IFRS 9 en IFRS 15 bestaat een aantal andere standaarden die met ingang van 1 januari 2018 van toepassing zijn:

  • Aanpassing van IFRS 2, Classificatie en waardering van 'op aandelen gebaseerde betalingen' (goedgekeurd door de Europese Unie op 26 februari 2018);
  • Aanpassing van IAS 40: Overdracht van vastgoedbeleggingen (goedgekeurd door de Europese Unie op 14 maart 2018);
  • IFRIC 22, Transacties in vreemde valuta en voorafbetalingen (goedgekeurd door de Europese Unie op 28 maart 2018);
  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS 2014-2016 (goedgekeurd door de EuropeseUnie op 7 februari 2018).

Voor deze standaarden is vastgesteld dat zij geen effect hebben op de financiële verslaggeving van Schiphol Group.

Nieuwe standaarden en wijzigingen in standaarden die verplicht zijn met ingang van 2019 of later

Schiphol Group heeft geen nieuwe standaarden, wijzigingen van bestaande standaarden of interpretaties vrijwillig vervroegd toegepast die pas met ingang van het boekjaar 2019 of later verplicht zijn.

IFRS16

Schiphol Group heeft haar onderzoek afgerond naar de effecten van IFRS 16, Leases, welke verplicht van toepassing is voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019. De standaard vervangt de bestaande richtlijnen voor leases, waaronder IAS 17 Leaseovereenkomsten, IFRIC 4 Vaststelling of een overeenkomst een leaseovereenkomst bevat, SIC-15 Operationele leases — incentives en SIC-27 Evaluatie van de economische realiteit van transacties in de juridische vorm van een leaseovereenkomst. IFRS 16 introduceert één verantwoordingsmodel voor alle lessees, gebaseerd op het beginsel dat leaseovereenkomsten op de balans worden gezet. De lessee moet een actief opnemen voor zijn gebruiksrecht op het onderliggende actief, alsmede een leaseverplichting voor de door hem verschuldigde leasebetalingen. Voor kortlopende leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten voor zaken met een geringe waarde bestaan vrijstellingen. Op basis van voornoemd onderzoek luidt de conclusie dat de per 1 januari 2019 door implementatie van IFRS 16 aanvullend te verantwoorden gebruiksrechten en lease verplichtingen niet materieel zijn. De verantwoording door lessors blijft grotendeels hetzelfde als in de huidige standaard – lessors moeten leaseovereen­komsten blijven classificeren als financiële of operationele leases.

Schiphol Group zal IFRS 16 toepassen met ingang van 1 januari 2019 en daarbij gebruik maken van de beperkt retrospectieve methode. Dientengevolge zal het cumulatieve effect van de implementatie van IFRS 16 worden verwerkt in de ingehouden winst per 1 januari 2019 en zullen de vergelijkende cijfers niet worden aangepast. Schiphol Group maakt geen gebruik van de praktische uitzondering om de onder de voormalige regelgeving vastgestelde conclusie of contracten al dan niet een lease betreffen of omvatten over te nemen. Dit betekent dat Schiphol Group IFRS 16 zal toepassen op alle contracten, ook die vóór 1 januari 2019 zijn aangegaan, om te beoordelen of deze contracten een lease betreffen ofwel omvatten.

Overige standaarden

Schiphol Group onderzoekt momenteel de consequenties van de volgende nieuwe standaarden, interpretaties en wijzigingen van bestaande standaarden, waarvan toepassing verplicht is met ingang van de jaarrekening over 2019 of later indien vermeld:

  • Aanpassing van IFRS 9 Kenmerken van vervroegde terugbetaling met negatieve compensatie (goedgekeurd door de Europese Unie op 22 maart 2018);
  • Aanpassing van IAS 19 Planwijzigingen, inperkingen en afwikkelingen (uitgegeven op 7 februari 2018);
  • Aanpassing van IAS 28 Lange termijn investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures (uitgegeven op 12 oktober 2017);
  • IFRIC 23 Onzekerheid over het taxregime (uitgegeven op 7 juni 2017);
  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS 2015-2017 (uitgegeven op 12 december 2017).

Voornoemde standaarden hebben naar verwachting geen significant effect op de geconsolideerde jaarrekening.

Immateriële activa

Onder immateriële activa worden begrepen goodwill, contractgerelateerde activa en software. Goodwill ontstaan bij de acquisitie van dochterondernemingen wordt opgenomen onder de immateriële activa. Goodwill ontstaan bij de acquisitie van geassocieerde deelnemingen is inbegrepen in de boekwaarde van geassocieerde deelnemingen en joint ventures volgens de equity methode. Vervolgens wordt goodwill gewaardeerd tegen de initieel bepaalde kostprijs verminderd met cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Op de post goodwill wordt niet afgeschreven. Goodwill wordt toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid (dochteronderneming, joint venture of geassocieerde deelneming) waaraan deze is gerelateerd.
De post contractgerelateerde activa betreft het belang in JFKIAT dat is ontstaan bij overname van activiteiten van derden. Deze contracten worden gewaardeerd tegen reële waarde op overnamedatum en vervolgens tegen de aldus bepaalde kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeveranderingen. Contractgerelateerde activa worden afgeschreven over de resterende contracttermijn.
Software omvat de posten softwarelicenties en ontwikkelde ICT-toepassingen. Ontwikkelde software wordt geactiveerd tegen de kosten van de op basis van tijdregistratie vastgelegde interne en externe uren in de uitvoerings- en afsluitingsfase van ICT-projecten. Interne en externe uren in de initiatief- en definitiefase worden niet geactiveerd. Software wordt lineair afgeschreven over de gebruiksduur.
Zie voor een nadere toelichting paragraaf 8. Immateriële activa.

Activa ten behoeve van operationele activiteiten

Tot de activa ten behoeve van operationele activiteiten behoren start- en landingsbanen, rijbanen, platformen, parkeerterreinen, wegen, gebouwen, installaties en andere vaste bedrijfsmiddelen. Deze activa worden gewaardeerd tegen historische kostprijs onder aftrek van ontvangen bijdragen, lineaire afschrijvingen en bijzondere waardeveranderingen. Latere uitgaven worden aan de boekwaarde van deze activa toegevoegd indien het waarschijnlijk is dat er toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen vloeien en het bedrag van de economische voordelen betrouwbaar kan worden bepaald.

De activa ten behoeve van operationele activiteiten worden, met uitzondering van de grond, volgens de lineaire methode afgeschreven over de gebruiksduur. Deze termijn is onder andere afhankelijk van de aard van het actief en de componenten waaruit het actief bestaat. Afschrijvingsmethode. gebruiksduur en restwaarden worden elk jaareinde geëvalueerd.

Het nettoresultaat uit hoofde van de verkoop van activa ten behoeve van operationele activiteiten wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord onder de overige opbrengsten.

Dagelijkse onderhoudskosten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening en planmatig groot onderhoud met een meerjaren karakter wordt geactiveerd.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 9. Activa ten behoeve van operationele activiteiten.

Activa in aanbouw of ontwikkeling

Alle investeringsuitgaven worden initieel verantwoord onder activa in aanbouw of ontwikkeling, indien het waarschijnlijk is dat er toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen vloeien en het bedrag hiervan betrouwbaar kan worden bepaald. Onderscheid wordt gemaakt tussen drie categorieën van activa in aanbouw of ontwikkeling:

Software in ontwikkeling (categorie a) wordt gewaardeerd tegen historische kostprijs. Op software in ontwikkeling wordt niet afgeschreven.

Activa in aanbouw of ontwikkeling ten behoeve van operationele activiteiten (categorie b) worden gewaardeerd tegen historische kostprijs, inclusief:

  • bouwrente. Dit betreft de gedurende de realisatie aan derden verschuldigde rente op vreemd vermogen die kan worden toegerekend aan de investering. Bouwrente wordt uitsluitend toegerekend aan investeringsprojecten met een doorlooptijd van één jaar of meer;
  • de kostprijs van uren van eigen medewerkers in de uitvoeringsfase van investeringsprojecten.

Op activa in aanbouw of ontwikkeling ten behoeve van toekomstige operationele activiteiten wordt niet afgeschreven. Wel kan sprake zijn van bijzondere waardeveranderingen zoals beschreven onder Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeveranderingen. Bij ingebruikname worden de activa tegen historische kostprijs vermiovergeboekt naar de activa ten behoeve van operationele activiteiten en vangt tevens de lineaire afschrijving ten laste van de winst- en verliesrekening aan.

Grondslagen voor activa in aanbouw of ontwikkeling ten behoeve van vastgoedbeleggingen (categorie c) zijn opgenomen onder 'Vastgoedbeleggingen'.
Zie voor een nadere toelichting 8. Immateriële activa en 10.Activa in aanbouw of ontwikkeling.

Vastgoedbeleggingen

Vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde waartegen gebouwen worden gepresenteerd houdt rekening met de in de balans opgenomen huurincentives. Deze incentives worden afzonderlijk in de balans gepresenteerd onder de langlopende vorderingen (resterende looptijd langer dan 1 jaar) of handels- en overige vorderingen (resterende looptijd korter dan 1 jaar). Wijzigingen in de reële waarde van vastgoedbeleggingen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de overige resultaten uit vastgoed in het jaar waarin de verandering zich voordoet. In geval van verkoop worden gerealiseerde waardeveranderingen, zijnde het verschil tussen verkoopprijs en boekwaarde, in de winst- en verliesrekening verantwoord onder resultaat uit verkoop vastgoed in het jaar van de verkooptransactie. Op vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven.

Activa in aanbouw of ontwikkeling ten behoeve van toekomstige vastgoedbeleggingen wordt gewaardeerd tegen reële waarde als deze, in continuïteit, op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Zolang dit niet mogelijk is worden vastgoedbeleggingen in ontwikkeling gewaardeerd tegen kostprijs tot het moment dat de reële waarde wel betrouwbaar, in continuïteit, is te bepalen. Mutaties in de reële waarde worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder de overige resultaten uit vastgoed. Bij oplevering worden de activa in aanbouw of ontwikkeling ten behoeve van toekomstige vastgoedbeleggingen tegen reële waarde overgeboekt naar vastgoedbeleggingen. Extern aangekocht vastgoed wordt initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Uitgaven na ingebruikneming van vastgoed worden geactiveerd indien zij betrouwbaar zijn te bepalen en toekomstige economische voordelen opleveren. Overige uitgaven worden direct ten laste van het resultaat gebracht.

Alle gebouwen in de portefeuille worden tweemaal per jaar getaxeerd door onafhankelijke externe taxateurs (per 30 juni en per 31 december). De waarde van de gronden wordt bepaald op basis van interne taxaties alsmede op basis van taxaties van onafhankelijke externe taxateurs. Hierbij wordt ieder jaar een ander gedeelte van de totale grondposities door onafhankelijke externe taxateurs gewaardeerd. De marktwaarde van de in erfpacht en grondhuur uitgegeven terreinen wordt berekend door discontering van de jaarlijkse canons en eindwaarde van de betreffende contracten (DCF-methode).
Zie voor een nadere toelichting paragraaf 11. Vastgoedbeleggingen.

Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen

De immateriële activa en activa ten behoeve van operationele activiteiten worden volgens de lineaire methode afgeschreven op basis van onderstaande afschrijvingstermijnen. Op goodwill, vastgoedbeleggingen, objecten in aanbouw en op grond wordt niet afgeschreven.

Immateriële vaste activa

Contractgerelateerde activa

33 jaar

Ontwikkelde ICT toepassingen

3-5 jaar

Softwarelicenties

3-5 jaar

Activa ten behoeve van operationele activiteiten

Banen, rijbanen

15-60 jaar

Platformen

30-60 jaar

Terreinen en wegen:

· Parkeerterreinen

30 jaar

· Wegen

30 jaar

· Tunnels en viaducten

40 jaar

· Drainage- en ontwateringswerken

40 jaar

Gebouwen

20-60 jaar

Installaties

5-30 jaar

Andere vaste bedrijfsmiddelen

5-20 jaar

De boekwaarde van vaste activa wordt aan de realiseerbare waarde getoetst indien aanwijzingen bestaan voor een bijzondere waardeverandering. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfsvoering minus de geschatte kosten van voltooiing en de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen die naar verwachting zullen voortvloeien uit het voortgezette gebruik van een actief en uit zijn vervreemding aan het eind van zijn gebruiksduur. Voornoemde toets wordt uitgevoerd op het niveau van de kasstroomgenererende eenheden waarbij Aviation en Consumer Products & Services als één kasstroomgenererende eenheid worden gezien. Indien de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde wordt ter hoogte van het verschil een bijzondere waardeverandering opgenomen in de winst- en verliesrekening en wordt de boekwaarde van het actief verlaagd tot zijn realiseerbare waarde. Voorts wordt, voor zover van toepassing, de lineaire afschrijving over de resterende gebruiksduur bijgesteld. Indien er aanwijzingen bestaan die duiden op de noodzaak tot het terugnemen van een eerder toegepaste bijzondere waardeverandering wordt de boekwaarde van het actief verhoogd naar de realiseerbare waarde. Waardeveranderingen op goodwill ontstaan bij de acquisitie van dochterondernemingen en joint ventures worden niet teruggenomen. Tenminste jaarlijks wordt aan de hand van een test op bijzondere waardeveranderingen (impairmenttest) vastgesteld of sprake is van een bijzondere waardeverandering van de goodwill.
Zie voor een nadere toelichting paragraaf 6. Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeveranderingen.

Dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint arrangements

Algemeen

De grondslagen van waardering en resultaatbepaling van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint arrangements zijn waar noodzakelijk aangepast om overeenstemming met de grondslagen van Schiphol Group te bewerkstelligen. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 13. Geassocieerde deelnemingen en joint ventures.

Dochterondernemingen

De financiële gegevens van Schiphol Group en haar dochterondernemingen worden volgens de integrale consolidatiemethode opgenomen. Onder dochterondernemingen worden verstaan de maatschappijen waarover Schiphol Group zeggenschap uitoefent over het zakelijke en financiële beleid. Hiervan is sprake indien Schiphol Group bloot staat aan of recht heeft op variabel rendement uit hoofde van diens betrokkenheid bij de relevante activiteiten van de entiteit en dit rendement kan beïnvloeden door zijn zeggenschap over de entiteit. Het aandeel van overige aandeelhouders in het geconsolideerde eigen vermogen en het geconsolideerde resultaat is in de balans vermeld onder het eigen vermogen (minderheidsaandeelhouders) en in de winst- en-verliesrekening onder resultaat toekomend aan minderheidsaandeelhouders. De resultaten van de in de loop van het jaar overgenomen dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf het moment waarop de vennootschap zeggenschap heeft verkregen over het beleid van de dochteronderneming. De financiële gegevens van de in de loop van het jaar afgestoten dochterondernemingen blijven in de consolidatie opgenomen tot aan het moment dat geen sprake meer is van zeggenschap. Wanneer sprake is van verlies van zeggenschap over een dochteronderneming, maar behoud van een financieel belang, dan vindt deconsolidatie van alle activa en passiva plaats en wordt het resterende belang initieel opgenomen tegen reële waarde. Het resterende verschil wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Geassocieerde deelnemingen

Onder geassocieerde deelnemingen worden verstaan die entiteiten waarop de vennootschap invloed van betekenis kan uitoefenen. De geassocieerde deelnemingen worden gewaardeerd op basis van de equity methode, dat wil zeggen initieel tegen kostprijs die vervolgens wordt aangepast voor het Schiphol-aandeel in de mutaties in het totaalresultaat van de geassocieerde deelneming. De waardering van deze geassocieerde deelnemingen omvat de goodwill ontstaan bij verwerving. Het aandeel van de vennootschap in de resultaten van geassocieerde deelnemingen waarop invloed van betekenis kan worden uitgeoefend wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening (onder aandeel in resultaat geassocieerde deelnemingen). De cumulatieve mutaties in het eigen vermogen van de deelneming worden naar evenredigheid van het belang van de vennootschap verwerkt in de post geassocieerde deelnemingen. De verantwoording van het aandeel van Schiphol Group in de resultaten van geassocieerde deelnemingen in de winst- en verliesrekening en in de post geassocieerde deelnemingen wordt gestaakt zodra de waarde van de geassocieerde deelneming in de balans hierdoor negatief zou worden, terwijl Schiphol geen verplichtingen is aangegaan of betalingen heeft gedaan in naam van de geassocieerde deelneming. Een geassocieerde deelneming wordt verantwoord onder de overige financiële belangen (tegen reële waarde met verantwoording van de veranderingen in de reële waarde in de winst- en verliesrekening) vanaf het moment dat geen sprake is van invloed van betekenis noch van zeggenschap.

Joint arrangements

De financiële gegevens van entiteiten die als joint arrangement kwalificeren worden onderscheiden in joint ventures en joint operations afhankelijk van de wettelijke en contractuele rechten en plichten van iedere investeerder. De bestaande contractuele overeenkomsten kwalificeren allen als joint ventures. Joint ventures zijn entiteiten waarin Schiphol Group, tezamen met één of meer investeerders, gezamenlijke zeggenschap heeft. Deze worden gewaardeerd op basis van de equity methode.

Verwerving van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint arrangements

Een verwerving van een dochteronderneming, geassocieerde deelneming of joint arrangement wordt verantwoord in overeenstemming met de overnamemethode. Onder deze methode bestaat de kostprijs van een overname uit de som van de reële waarden van de door de overnemende partij overgedragen activa en passiva op de overnamedatum, de door de overnemende partij aangegane verplichtingen jegens voormalige eigenaren van de overgenomen partij en de door de overnemende partij uitgegeven aandelenbelangen. Bij acquisities van geassocieerde deelnemingen en joint ventures zijn tevens de gerelateerde transactiekosten inbegrepen. De overgenomen identificeerbare activa en (voorwaardelijke) verplichtingen worden initieel gewaardeerd op reële waarde per overnamedatum. Het verschil tussen de kostprijs van de overname en het aandeel van de vennootschap in de reële waarde van verkregen activa en verplichtingen wordt in de geconsolideerde jaarrekening verantwoord als goodwill onder de immateriële activa (voor wat betreft dochterondernemingen) of als onderdeel van de waarde van de geassocieerde deelneming of joint venture. Indien dit verschil negatief is, wordt het verschil direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Kosten in verband met de verwerving van een dochteronderneming worden direct verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Als de overname gefaseerd plaatsvindt, wordt de boekwaarde op de overnamedatum van het bestaande belang van de verkrijgende partij voorafgaande aan de overname geherwaardeerd tegen reële waarde op de overnamedatum; eventuele winsten of verliezen die voortvloeien uit deze herwaarderingen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Wanneer beslissende zeggenschap wordt verloren, dan wordt het resterende belang in de entiteit geherwaardeerd tegen reële waarde op de datum waarop de beslissende zeggenschap ophoudt te bestaan, waarbij de wijziging in de boekwaarde wordt verwerkt in de winst- en verliesrekening. De alsdan tot stand gekomen reële waarde vormt de initiële waardering die als basis dient voor de vervolgwaardering als geassocieerde deelneming of joint venture. De tot dat moment verantwoorde niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot de transactie worden verwerkt als waren de betrokken activa en verplichtingen direct gedesinvesteerd geweest. Dit kan betekenen dat bedragen die eerder als niet-gerealiseerde resultaten zijn verantwoord, overgebracht worden naar de winst- en verliesrekening. Bij een verkoop worden eventueel behaalde boekwinsten of boekverliezen opgenomen in de winst-en verliesrekening.

Eliminaties

Transacties evenals de daaruit voortvloeiende ongerealiseerde winsten, vorderingen en schulden tussen de vennootschap en haar dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint arrangements worden geëlimineerd, bij joint arrangements en geassocieerde deelnemingen naar evenredigheid van het belang van de vennootschap in die joint arrangements en geassocieerde deelnemingen. Ongerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd tenzij er aanwijzingen bestaan voor een bijzondere waardevermindering van het actief.

Financiële activa

De vennootschap classificeert financiële activa in de categorieën: gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs (vorderingen op en leningen aan deelnemingen, debiteuren, liquide middelen en deposito's) en tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (hedge instrumenten). De classificatie wordt gerelateerd aan het business model en de kasstroomkenmerken van het instrument.

Derivaten

In lijn met het financieel risico management van Schiphol Group wordt gebruik gemaakt van derivaten om het risico van wijzigingen in toekomstige kasstromen terzake van periodiek te betalen rente en aflossing van financiering af te dekken. Deze wijzigingen in kasstromen kunnen het gevolg zijn van ontwikkelingen in marktrente en valutakoersen. De ter afdekking van deze risico’s gebruikte afdekkingsinstrumenten zijn renteswaps en valutaswaps. Bij aanvang van een hedge transactie, documenteert de vennootschap de risico management doelstelling en strategie voor het aangaan van de transactie alsook de economische relatie tussen het afgedekte item en het afdekkingsinstrument, en of de veranderingen in kasstromen van het afgedekte item en van het afdekkingsinstrument elkaar naar verwachting zullen compenseren.

Derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Naarmate de hedgerelatie effectief is worden de mutaties in de reële waarde op derivaten verwerkt in de reserve afdekkingstransacties die onderdeel is van het eigen vermogen. Het niet-effectieve deel wordt verwerkt in de winst- en verliesrekening. De cumulatieve bedragen die in het eigen vermogen zijn verwerkt, worden overgeheveld naar het resultaat in dezelfde periode waarin de afgedekte transactie in het resultaat wordt verwerkt. In kasstroomafdekkings-relaties wordt alleen de verandering in de reële waarde van het spot-element van valutatermijncontracten aangewezen als het afdekkingsinstrument. De verandering in de reële waarde van het forward element wordt verantwoord als kosten van afdekking, de hieraan gerelateerde reserve kosten van afdekkingstransacties maakt onderdeel uit van de reserve afdekkingstransacties binnen het eigen vermogen.

Indien het afdekkingsinstrument afloopt, wordt verkocht, wordt beëindigd, wordt uitgeoefend, of niet langer voldoet aan de criteria voor het mogen toepassen van hedge accounting, dan wordt de toepassing daarvan prospectief gestaakt. De tot dan gecumuleerde mutaties in de reële waarde van het betreffende afdekkingsinstrument blijven in de reserve afdekkingstransacties zolang het nog waarschijnlijk wordt geacht dat de initieel afgedekte transactie zich zal voordoen. Deze mutaties worden in de winst- en verliesrekening verantwoord op het moment dat de initieel afgedekte kasstroom zich voordoet. Als het niet langer waarschijnlijk wordt geacht dat de initieel afgedekte transactie zich zal voordoen wordt het geaccumuleerde bedrag in de reserve afdekkingstransacties direct via het totaalresultaat in de winst- en verliesrekening verwerkt. Wanneer geen hedge accounting wordt toegepast, worden de resultaten direct verwerkt in de winst- en verliesrekening.
Zie voor een nadere toelichting paragraaf 29. Management van financiële risico’s en financiële instrumenten.

Vorderingen op geassocieerde deelnemingen

Voor vorderingen op geassocieerde deelnemingen geldt als doelstelling het incasseren van contractuele aflossing en rente. De vorderingen worden initieël gewaardeerd tegen de reële waarde van de uitgegeven lening verminderd met transactiekosten. Vervolgens worden de vorderingen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Verschillen tussen de aflossingswaarde enerzijds en de boekwaarde anderzijds worden daarbij afgeschreven over de resterende looptijd volgens de effectieve rentemethodiek. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 14. Vorderingen op geassocieerde deelnemingen.

Handels- en overige vorderingen

Voor handels- en overige vorderingen geldt als doelstelling het incasseren van contractuele aflossing en rente. Handels- en overige vorderingen worden in eerste instantie gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs met gebruikmaking van de effectieve rentemethode, verminderd met eventuele bijzondere waardeveranderingen. Gezien de veelal korte looptijd zijn de reële waarde en geamortiseerde kostprijs van deze posten over het algemeen nagenoeg gelijk aan de nominale waarde. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 17. Handels- en overige vorderingen.

Liquide middelen

Voor liquide middelen geldt als doelstelling het incasseren van contractuele aflossing en rente. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, die gewoonlijk gelijk is aan de nominale waarde. De post liquide middelen omvat rekening-couranttegoeden, deposito's gehouden op afroep bij financiële instellingen en op korte termijn zeer liquide investeringen met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of korter die zonder beperkingen en zonder materieel risico van waardevermindering kunnen worden omgezet in geldmiddelen. Liquide investeringen met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of langer maken geen onderdeel uit van de liquide middelen en worden verantwoord onder de handels- en overige vorderingen. Rekening-courantschulden (roodstand) en kredietfaciliteiten bij de bank worden verantwoord onder de kortlopende verplichtingen. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 18. Liquide middelen.

Verwachte kredietverliezen

Verwachte kredietverliezen op vorderingen op geassocieerde deelnemingen en liquide middelen worden gewaardeerd op basis van mogelijke situaties en ontwikkelingen die er binnen een termijn van 12 maanden toe kunnen leiden dat de tegenpartij in gebreke blijft. Indien zich echter een belangrijke verandering heeft voorgedaan in het kredietrisico worden de verwachte kredietverliezen gebaseerd op mogelijke situaties en ontwikkelingen die er gedurende de verwachte totale levensduur van de vordering toe kunnen leiden dat de deelneming of bank in gebreke blijft. Een belangrijke toename van het risico wordt verondersteld indien de termijn voor betaling van aflossing en/of rente met meer dan 30 dagen werd overschreden. De debiteur blijft in gebreke bij een overschrijding van meer dan 90 dagen. Voor de vaststelling (twee maal per jaar) of het kredietrisico inderdaad belangrijk is toegenomen en voor waardering van de verwachte kredietverliezen wordt gebruik gemaakt van relevante informatie die met redelijke kosten en inspanning beschikbaar is. Dit omvat zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie als historische en toekomstgerichte informatie.

Schiphol Group kiest er voor zich in de waardering van verwachte kredietverliezen op debiteuren te baseren op alle mogelijke situaties en ontwikkelingen die er gedurende de verwachte totale levensduur van de vordering toe kunnen leiden dat de debiteur in gebreke blijft. Hierbij wordt primair gebruik gemaakt van een voorzieningenmatrix gebaseerd op historische ervaringscijfers in relatie tot kredietverliezen per business area. Aanvullend wordt de waardering van de kredietverliezen gebaseerd op informatie die met redelijke kosten en inspanning beschikbaar is, over actuele ontwikkelingen en verwachtingen ten aanzien van de markt en belangrijke handelsrelaties. Vorderingen op debiteuren die failliet zijn of surseance van betaling hebben aangevraagd worden voor 100 procent voorzien, evenals vorderingen die ouder zijn dan 1 jaar.

Verwachte kredietverliezen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord als onderdeel van de afschrijvingen, amortisaties en bijzondere waardeverminderingen.

Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden. De kostprijs omvat de inkoopkosten van het product. De netto-opbrengst­waarde is gebaseerd op een verwachte verkoopprijs, onder aftrek van nog te maken kosten voor verkoop.

Activa en passiva aangehouden voor verkoop

Vaste activa of activa en passiva die betrekking hebben op een te verkopen onderdeel, worden apart gepresenteerd als 'aangehouden voor verkoop' als deze activa en passiva beschikbaar zijn voor onmiddellijke verkoop. Verkoop is zeer waarschijnlijk als het management zich op balansdatum heeft gecommitteerd aan gedetaileerde verkoopplannen, actief naar een koper zoekt en een redelijke verkoopprijs hanteert.

De tot deze categorie behorende activa en passiva worden gewaardeerd tegen boekwaarde of, indien lager, de reële waarde verminderd met te verwachten, direct gerelateerde verkoopkosten. Op vaste activa beschikbaar voor verkoop wordt niet meer afgeschreven.

Eigen vermogen

Geplaatst kapitaal

Het geplaatst kapitaal omvat de op uitgegeven aandelen gestorte, nominale bedragen. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 19. Geplaatst kapitaal en agio reserve.

Agio reserve

De agio reserve omvat de op uitgegeven aandelen gestorte bedragen, voor zover die stortingen de nominale waarde van de betreffende aandelen overschrijden.  

Ingehouden winst

De ingehouden winst betreft een cumulatie van het jaarlijkse nettoresultaat (het deel van het resultaat dat toekomt aan de aandeelhouders) minus het uitgekeerd dividend. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 20. Ingehouden winst.

Overige reserves

De overige reserves bestaan uit de reserve omrekeningsverschillen, de reserve afdekkingstransacties, de reserve aandeel totaalresultaat geassocieerde deelnemingen en de reserve actuariële resultaten en herwaarderingen.
De grondslagen voor de reserve afdekkingstransacties en de reserve kosten van afdekkingstransacties worden besproken in de paragraaf over derivaten. De grondslagen voor de reserve omrekeningsverschillen worden besproken onder letter (c) in de paragraaf vreemde valuta.
Zie voor een nadere toelichting paragraaf 21. Overige reserves.

Personeelsbeloningen

Personeelsbeloningen worden onderverdeeld in vier categorieën:

  • kortetermijn personeelsbeloningen;
  • vergoedingen na uitdiensttreding;
  • andere langetermijn personeelsbeloningen;
  • ontslagvergoedingen.

Hieronder wordt kort aangegeven wat deze categorieën inhouden en welke personeelsbeloningen van Schiphol onder de verschillende categorieën worden ingedeeld.

Kortetermijn personeelsbeloningen

Kortetermijn personeelsbeloningen zijn personeelsbeloningen die betaalbaar zijn binnen 1 jaar na het einde van het boekjaar waarin de werknemer de prestaties heeft verricht. Binnen Schiphol Group bestaat deze categorie onder meer uit salarissen (inclusief vakantiegeld) en alle vaste en variabele toeslagen, bijdragen voor werknemersverzekeringen, doorbetaling loon bij ziekte, winstdeling en variabele beloning (korte termijn). De kosten uit hoofde van deze personeelsbeloningen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord op het moment dat de prestaties zijn verricht of rechten op beloningen zijn ontstaan (bijvoorbeeld vakantiegeld).

Vergoedingen na uitdiensttreding

Deze categorie vergoedingen betreft personeelsbeloningen die verschuldigd kunnen zijn na beëindiging van het dienstverband. Onder deze categorie vallen zaken als pensioenregelingen en functioneel leeftijdsontslag. Schiphol Group heeft de pensioenregeling ondergebracht bij het ABP. De pensioenregeling wordt aangemerkt als een collectieve regeling van meerdere werkgevers en kwalificeert als een toegezegde bijdrage-pensioenregeling omdat:

  • de actuariële risico's en beleggingsrisico's volledig bij de deelnemers liggen;
  • de aangesloten werkgevers geen aanvullende verplichtingen hebben tot het voldoen van aanvullende bijdragen als sprake is van een tekort bij het ABP en geen recht hebben op eventuele overschotten in het fonds naast het voldoen van de door het ABP vastgestelde premie;
  • de premie jaarlijks wordt vastgesteld door het bestuur van het ABP op basis van de eigen bestandsgegevens met inachtneming van de voorgeschreven parameters en vereisten.

Als gevolg hiervan is bij de berekening van de verplichtingen voortvloeiend uit de pensioenregeling volstaan met het in de winst- en verliesrekening opnemen van de verschuldigde premie terzake van de pensioenen.
De verplichtingen uit hoofde van functioneel leeftijdsontslag worden berekend volgens actuariële grondslagen en verantwoord in overeenstemming met de methode zoals onder 1 tot en met 3 is beschreven. In die gevallen wordt in de balans een nettovordering of verplichting opgenomen die het totaal is van de volgende bedragen:

  1. de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van de toegezegde-pensioenregeling op de balansdatum. Deze verplichtingen worden berekend in overeenstemming met de projected unit credit method. Volgens deze methode wordt de contante waarde van de pensioenverplichting per werknemer bepaald op basis van het aantal actieve dienstjaren tot aan de balansdatum, het geraamde salarisniveau per de verwachte pensioneringsdatum en de marktrente;
  2. verminderd met enige nog niet opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd. Indien als gevolg van de herziening van pensioenregelingen de verwachte verplichtingen op basis van toekomstige salarisniveaus ten aanzien van reeds verstreken dienstjaren (backservicekosten) toenemen, wordt deze toename volledig verantwoord in de periode waarin de rechten verleend worden;
  3. verminderd met de reële waarde van eventuele fondsbeleggingen op de balansdatum waaruit de verplichtingen direct moeten worden afgewikkeld.

Andere langetermijn personeelsbeloningen

Bij andere langetermijn personeelsbeloningen gaat het om personeelsbeloningen die niet volledig betaalbaar zijn binnen één jaar na het einde van het boekjaar waarin de werknemer de prestaties verrichtte. Bij Schiphol Group bestaat deze categorie onder meer uit loonsuppletie bij arbeidsongeschiktheid, jubileumuitkeringen en duurzaam-inzetbaarheidsbudget.
De te verwachten kosten van loonsuppletie bij arbeidsongeschiktheid worden volledig in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking gebracht op het moment dat een personeelslid gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt verklaard. De verplichtingen met betrekking tot loonsuppletie bij arbeidsongeschiktheid, jubileumuitkeringen en duurzaam inzetbaarheidsbudget worden gewaardeerd tegen contante waarde.

Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen zijn personeelsbeloningen die zijn verschuldigd als gevolg van de beslissing van Schiphol Group om het dienstverband van een werknemer te beëindigen vóór de normale pensioneringsdatum of de beslissing van een werknemer om in ruil voor een aangeboden vergoeding vrijwillig ontslag te nemen. Ook uitkering op grond van de regeling bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid is een voorbeeld van een ontslagvergoeding. De kosten voor ontslagvergoedingen worden volledig ten tijde van de besluitvorming hierover in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking gebracht. De verplichtingen met betrekking tot de ontslagvergoedingen worden gewaardeerd tegen contante waarde. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 24. Personeelsbeloningen.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De overige voorzieningen zijn opgenomen tegen de contante waarde van de te verwachten kasstromen. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 25. Voorzieningen.

Lease

Classificatie

Activa waarvan de vennootschap of haar dochterondernemingen als lessee krachtens een leaseovereenkomst het economisch eigendom hebben, worden geclassificeerd als financiële lease. De vennootschap of haar dochterondernemingen hebben het economisch eigendom indien vrijwel alle aan het eigendom verbonden risico’s en voordelen aan haar zijn overgedragen. Leaseovereenkomsten waarbij het economisch eigendom van de activa in handen is van derden worden geclassificeerd als operationele lease. In de classificatie van leaseovereenkomsten als operationele of financiële lease is de economische realiteit leidend (niet de vorm van het contract).

Schiphol Group als huurder in een financiële lease 

De betreffende activa worden verantwoord onder activa ten behoeve van operationele activiteiten of onder vastgoedbeleggingen. De leningen die verband houden met deze overeenkomsten worden verantwoord onder de leaseverplichtingen. De betreffende activa en verplichtingen worden initieel opgenomen tegen bedragen die, op het tijdstip van het aangaan van de leaseovereenkomst, gelijk zijn aan de reële waarde van de geleasde activa of, indien lager, aan de contante waarde van de minimale leasebetalingen. Op de activa wordt vervolgens afgeschreven in overeenstemming met identieke activa die de vennootschap zelf in eigendom heeft. De afschrijvingstermijn kan korter zijn indien de leasetermijn korter is, niet verlengd zal worden en de betreffende activa niet overgenomen zullen worden. De betaalde leasetermijnen worden op een zodanige manier verdeeld tussen de financieringskosten en aflossing van de uitstaande verplichting dat gedurende elke periode van de lease een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de verplichtingen wordt getoond.

Schiphol Group als huurder in een operationele lease

Voor contracten waar het economisch eigendom in handen is van derden, worden uitsluitend de huurtermijnen lineair, rekening houdend met huurincentives, als kosten verantwoord in de winst- en verliesrekening. Bij vooruitbetaalde erfpacht wordt het bedrag van de afkoop als leasevordering opgenomen in de balans en lineair als last in de winst- en verliesrekening verantwoord over de termijn van het leasecontract.

Schiphol Group als verhuurder in een financiële lease

Activa die het onderwerp zijn van een verhuurovereenkomst die classificeert als financiële lease, worden in de balans opgenomen als een leasevordering tot een bedrag dat bij aangaan van het contract gelijk is aan de contante waarde van de minimaal te ontvangen leasebetalingen. De ontvangen leasetermijnen worden op een zodanige manier verdeeld tussen de financieringsbaten en aflossing van de uitstaande vordering, dat gedurende elke periode van de lease een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de vorderingen wordt getoond.

Schiphol Group als verhuurder in een operationele lease

Activa die het onderwerp zijn van een verhuurovereenkomst die classificeert als operationele lease worden in de balans opgenomen en gewaardeerd volgens de aard van het actief. Huurtermijnen van dergelijke leasecontracten worden lineair, rekening houdend met huurincentives, als bate verantwoord in de winst- en verliesrekening. Bij afgekochte erfpacht wordt het bedrag van de afkoop als leaseverplichting opgenomen in de balans en lineair als bate in de winst- en verliesrekening verantwoord over de termijn van het leasecontract.

Financiële verplichtingen

De vennootschap classificeert financiële verplichtingen in de categorieën: geamortiseerde kostprijs (leningen, handels- en overige schulden en te betalen interest) en aangemerkt als tegen reële waarde, mutaties in de winst- en verliesrekening (leningen).

Leningen

Deze post betreft obligaties en onderhandse leningen evenals schulden aan kredietinstellingen. Leningen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde van de opgenomen lening verminderd met eventuele direct toerekenbare transactiekosten. Vervolgens worden de leningen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de aflossingswaarde en de boekwaarde wordt daarbij afgeschreven over de resterende looptijd volgens de effectieve rentemethode.

Eén lening betreft een winstdelende lening gekoppeld aan een specifieke vastgoedportefeuille. De kasstromen zijn hierbij ingeschat op basis van de verwachte eindwaarde van de portefeuille op aflossingsdatum. Deze waarde is gebaseerd op taxatierapporten van onafhankelijke taxateurs. Teneinde een inconsistentie te voorkomen in de verantwoording van veranderingen in de waarde van de lening enerzijds en die van het gerelateerde vastgoed anderzijds is deze lening aangemerkt als tegen reële waarde waarbij mutaties in de reële waarde worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Leningen worden verantwoord onder de kortlopende schulden voor zover wordt verwacht dat aflossing binnen één jaar na balansdatum zal plaatsvinden. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 23. Leningen

Handels- en overige schulden

Handelscrediteuren en overige schulden worden in eerste instantie tegen reële waarde op de balans opgenomen. Daarna vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs. Gezien de veelal korte looptijd zijn de reële waarde en geamortiseerde kostprijs van deze posten over het algemeen nagenoeg gelijk aan de nominale waarde.
Verplichtingen uit hoofde van gemeentelijke heffingen, waaronder WOZ en waterschapslasten, worden opgenomen wanneer het ontstaan van deze verplichting zich voordoet.
Zie voor een nadere toelichting paragraaf 27. Handels- en overige schulden.

Netto-omzet

Vrijwel alle activiteiten van Schiphol Group genereren opbrengsten die kwalificeren als opbrengsten uit het verrichten van diensten. Schiphol Group verantwoord opbrengsten op het moment dat de afnemer controle verkrijgt over de geleverde diensten. Opbrengsten worden gewaardeerd op basis van de vaste vergoedingen die zijn geconsulteerd en vastgesteld volgens de Wet op de luchtvaart (havengelden), overeengekomen in een contract met de klant (bijvoorbeeld concessies en verhuringen) of op basis van tarieven die openbaar worden gepubliceerd (bijvoorbeeld parkeergelden). Ieder van deze tarieven heeft betrekking op een afzonderlijke dienst en bevat geen financieringscomponenten.
De opbrengsten uit de afhandeling van vluchten, vliegtuigen, passagiers en bagage en het beschikbaarstellen van parkeerplaatsen (verantwoord als havengelden en autoparkeergelden) kwalificeren als opbrengsten uit contracten met klanten. Havengelden worden volledig als opbrengsten verantwoord op het moment dat de afnemer de dienst heeft genoten, autoparkeergelden over de periode waarin de afnemer de dienst geniet. Opbrengsten uit het verlenen van concessies en verhuren van vastgoedbeleggingen en winkelruimte kwalificeren als opbrengsten uit lease contracten en worden op lineaire basis verantwoord over de contracttermijn.
Onder totale omzet wordt verstaan de opbrengst van geleverde diensten onder aftrek van kortingen en over de omzet geheven belastingen (BTW en accijnzen). De netto-omzet is gelijk aan de totale omzet verminderd met omzet uit transacties tussen groepsmaatschappijen.
De opbrengsten voor de belangrijkste activiteiten van Schiphol worden als volgt verantwoord:

Havengelden

De opbrengsten uit havengelden bestaan uit passagiersgerelateerde vergoedingen, beveilingsheffingen, vliegtuiggerelateerde vergoedingen en vliegtuigparkeergelden die volledig als opbrengst worden verantwoord op het moment dat de afnemer de dienst heeft genoten. Gegeven deze wijze van opbrengstverantwoording is voor wat betreft de opbrengsten uit havengelden per balansdatum geen sprake van prestatieverplichtingen. Havengelden worden wekelijks gefactureerd en de standaard, contractuele betaaltermijn bedraagt drie weken.

De activiteiten van de business area Aviation (op de locatie van Amsterdam Airport Schiphol) zijn onderworpen aan economische regulering. Dit betekent dat het proces van vaststelling van de havengeldtarieven valt onder het toezicht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en dat de luchtvaartsector dient te worden geconsulteerd tijdens dit proces, welke eens in de drie jaar plaats vindt en waarin de tarieven voor een periode van drie jaar worden vastgesteld. Bij vaststelling van de tarieven is het rendement van de business area Aviation gemaximeerd tot een gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet over gereguleerde activa; zowel de gereguleerde activa als de vermogenskostenvoet dienen aan de hand van in de Wet luchtvaart vastgelegde voorschriften te worden bepaald.

Bij het indienen van het voorstel voor tarieven wordt aan de gebruikers een omschrijving van het kwaliteitsniveau van de aangeboden diensten verstrekt, aan de hand van de in het Besluit exploitatie luchthaven Schiphol aangegeven indicatoren. De tarieven voor het geheel van de luchtvaartactiviteiten dienen transparant te zijn. Dit geldt ook voor de opbrengsten uit activiteiten die rechtstreeks verband houden met de luchtvaartactiviteiten op de luchthaven die worden verdisconteerd in deze tarieven. Daartoe wordt door de exploitant een gescheiden administratie bijgehouden binnen de boekhouding voor de luchthavenactiviteiten, met daarbinnen een afzonderlijke administratie van de kosten en opbrengsten van beveiliging van passagiers en hun bagage. Voor de kosten en opbrengsten van deze activiteiten heeft de exploitant een toerekeningssysteem vastgesteld dat voldoet aan de eisen van marktconformiteit, proportionaliteit en integraliteit.

Op grond van de Wet luchtvaart is Schiphol Group verplicht tot verrekening met de sector van overschotten en tekorten van specifieke opbrengsten en kosten. Verrekeningen dienen plaats te vinden na afloop van een boekjaar en na opstelling van de financiële verantwoording, op basis van de Wet luchtvaart, voor de reporting-segmenten Aviation en Security in de nieuwe havengeldtarieven. Overschotten en tekorten die (later) voor verrekening in de havengeldtarieven in aanmerking komen worden niet als vorderingen en verplichtingen in de balans tot uitdrukking gebracht.

De regionale luchthavens zijn niet gereguleerd tot de grens van vijf miljoen passagiers. Vorenstaande is daarom niet van toepassing op de havengelden in 2018 van de luchthavens te Rotterdam, Eindhoven en Lelystad die worden verantwoord in het reporting-segment Binnenlandse luchthavens. Echter, aangezien Eindhoven Airport inmiddels voornoemd aantal passagiers heeft bereikt, zullen de havengelden van deze luchthaven ook vanaf 2019 gereguleerd zijn.

Concessies

Een concessieovereenkomst houdt in dat het niet-exclusieve recht wordt verleend aan een concessionaris op de daartoe door Schiphol Group aangewezen locatie tot exploitatie en beheer van een commerciële activiteit. Concessievergoedingen zijn variabele huurinkomsten doordat de concessievergoeding op basis van een vastgestelde staffel wordt berekend als percentage van de omzet van de concessionaris. De vergoedingen worden lineair verantwoord over de looptijd van het concessiecontract waarbij doorgaans geldt dat de uiteindelijk staffel is gekoppeld aan de jaaromzet van de concessionaris in het betreffende boekjaar. Wanneer de omzetperiode over het boekjaar heen valt, wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten omzet en staffel. De concessievergoeding wordt in deze gevallen eveneens lineair verantwoord. Concessies worden eens per maand gefactureerd en de standaard, contractuele betaaltermijn is twee weken.

Verhuringen

Huurinkomsten hebben betrekking op de verhuur van vastgoedbeleggingen en winkelruimte, aangezien in het algemeen, naast het verlenen van een concessie, ook afzonderlijke contracten worden aangegaan met de concessiehouders op basis waarvan deze een vaste huurprijs verschuldigd zijn voor de huur van winkelruimte. Opbrengsten uit verhuringen worden lineair over de looptijd van de huurovereenkomst verantwoord als opbrengsten in de winst- en verliesrekening. Huurtermijnen worden vooruit gefactureerd, meestal op kwartaal basis, en de standaard betaaltermijn is twee weken.

Huurvrije perioden, huurkortingen en andere huurincentives worden verwerkt als een integraal deel van de totale brutohuuropbrengsten. Servicekosten hebben betrekking op kosten voor energie, onderhoud en dergelijke, die op grond van de huurovereenkomst doorberekend kunnen worden aan de huurder. Het niet doorberekende deel van de servicekosten heeft voor een groot deel betrekking op niet verhuurde gebouwen en wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Autoparkeergelden

Opbrengsten uit parkeergelden worden tijdsevenredig verantwoord, naar rato van de verrichte prestaties op balansdatum. Autoparkeergelden worden voor het overgrote deel geïnd, direct bij beëindiging van de dienstverlening. Een kleiner deel wordt vooruit geïncasseerd op het moment van online reserveren van de dienstverlening. Opbrengsten uit bedrijfsparkeren worden eens per maand gefactureerd waarbij de standaard, contractuele betaaltermijn twee weken bedraagt. Gezien vorenstaande is voor wat betreft het grootste deel van opbrengsten uit autoparkeergelden per balansdatum geen sprake van prestatieverplichtingen.

Overige activiteiten

Opbrengsten uit overige activiteiten betreffen met name advertenties, transport van electriciteit, gas en water, telecommunicatie diensten en overige diensten en werkzaamheden ten behoeve van derden. Deze opbrengsten kwalificeren voor een belangrijk deel als opbrengsten uit contracten met klanten en worden tijdsevenredig verantwoord, naar rato van de verrichte prestaties op balansdatum.
Zie voor een nadere toelichting paragraaf 1. Netto-omzet.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en lasten worden verantwoord op basis van tijdsevenredigheid, rekening houdend met het effectieve interest van verstrekte leningen of verplichtingen. Dividend wordt verantwoord op het moment dat de onderneming het recht heeft verkregen om de betaling te ontvangen. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 29. Management van financiële risico’s en financiële instrumenten.

Winstbelastingen

De winstbelastingen betreffen direct verschuldigde en verrekenbare belastingen en latente belastingen. De winstbelasting wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord, behoudens voor zover deze betrekking heeft op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen of totaalresultaat worden opgenomen. In dit geval wordt de belasting in het eigen vermogen of totaalresultaat verwerkt.

Direct verschuldigde en verrekenbare belastingen

De over het boekjaar direct verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, alsmede correcties op de over de voorgaande jaren verschuldigde belasting. Deze zijn berekend op basis van de geldende belastingwetgeving en -tarieven of belastingtarieven waarvan het wetgevingsproces op balansdatum (materieel) is afgesloten. Belastingen over het resultaat omvatten alle belastingen die zijn gebaseerd op fiscale winsten en verliezen, inclusief niet-verrekenbare belastingen die door dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen of joint ventures zijn verschuldigd. Direct verschuldigde en verrekenbare belasting worden alleen gesaldeerd indien wordt voldaan aan de daarvoor geldende vereisten.

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. Latente belastingvorderingen, met inbegrip van die voortvloeiend uit voorwaartse verliescompensatie, worden gewaardeerd indien het waarschijnlijk is dat voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekenings­mogelijkheden kunnen worden benut.
Er wordt geen latente belastingverplichting opgenomen voor:

  1. tijdelijke verschillen die het gevolg zijn van transacties die niet zijn aan te merken als overname en ten tijde van de transactie geen effect hebben op het commerciële en fiscale resultaat;
  2. tijdelijke verschillen in verband met investeringen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen, joint ventures en contractgerelateerde activa voorzover de vennootschap in staat is het tijdstip van afwikkeling van het tijdelijke verschil te bepalen en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst niet zal worden afgewikkeld;
  3. belastbare tijdelijke verschillen die ontstaan bij de initiële verwerking van goodwill.

Niet in de balans opgenomen latente belastingvorderingen worden op ieder rapportage moment geevalueerd en alsnog in de balans opgenomen voor zover het waarschijnlijk is geworden dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waarmee deze vorderingen kunnen worden benut. Bestaande latente belastingvorderingen worden eveneens op elk rapportage moment beoordeeld en verminderd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het gerelateerde belastingvoordeel zal kunnen worden gerealiseerd; zodanige verminderingen worden teruggedraaid wanneer de kans op toekomstige fiscale winst verbetert.

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de periode waarin de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld, op basis van de belastingtarieven (en de belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces (materieel) is afgesloten op de balansdatum. De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd voor zover de vorderingen en verplichtingen onderdeel uitmaken van dezelfde fiscale eenheid en de vennootschapsbelasting aan het hoofd van deze fiscale eenheid een afdwingbaar recht hiertoe heeft. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 12. Winstbelastingen .

Vreemde valuta

Functionele- en presentatievaluta

De primaire economische omgeving van Schiphol Group is Nederland. De functionele- en presentatievaluta van Schiphol Group is dientengevolge de euro. Financiële informatie wordt weergegeven in duizenden euro, tenzij anders aangegeven.

Transacties, activa en passiva

Transacties (investeringen, opbrengsten en kosten) in vreemde valuta worden verwerkt tegen de koers van afwikkeling. Monetaire activa en passiva (vorderingen, schulden en liquide middelen) in vreemde valuta worden omgerekend tegen de op de balansdatum vigerende koers. De koersverschillen die zich voordoen bij deze omrekening en bij afwikkeling van deze posten worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder de financiële baten en lasten. Een uitzondering op vorenstaande betreft de koersverschillen uit hoofde van financiële instrumenten in vreemde valuta, waartegen derivaten worden aangehouden met het doel koersrisico’s op toekomstige kasstromen af te dekken. Koersverschillen op deze financiële instrumenten worden verantwoord in het totaalresultaat, mits de afdekking effectief is. Het ineffectieve gedeelte wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de financiële baten en lasten.

Dochterondernemingen

Opbrengsten en kosten in vreemde valuta worden omgerekend tegen de koers op transactiedatum, hetgeen in de praktijk doorgaans kan worden benaderd door het hanteren van een gemiddelde koers. Activa en passiva worden omgerekend tegen de op de balansdatum geldende koers. Goodwill en reële waardeaanpassingen die ontstaan bij de acquisitie van een deelneming worden gezien als activa en passiva van de betreffende deelneming en worden eveneens omgerekend tegen de op de balansdatum vigerende koers. De koersverschillen die ontstaan bij de omrekening van balans en winst- en verliesrekening van dochterondernemingen buiten de eurozone worden rechtstreeks in het eigen vermogen verantwoord onder de reserve omrekeningsverschillen. Bij vervreemding van een dochteronderneming buiten de eurozone worden de cumulatieve omrekeningsverschillen, die eerst in de reserve omrekeningsverschillen werden verantwoord, via het totaalresultaat overgeboekt naar de winst- en verliesrekening als onderdeel van het resultaat uit hoofde van de vervreemding.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit alle rekening-couranttegoeden, deposito's gehouden op afroep bij financiële instellingen en op korte termijn zeer liquide investeringen met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of korter die zonder beperkingen en zonder materieel risico van waardevermindering kunnen worden omgezet in geldmiddelen. Liquide investeringen met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of langer maken geen onderdeel uit van de liquide middelen en worden verantwoord onder de handels- en overige vorderingen. Gegeven het doel van deze investeringen (welke is om op korte termijn uitgaven voor investeringen in vaste activa te financieren) worden de mutaties in deze investeringen niet gepresenteerd als onderdeel van de veranderingen in het werkkapitaal maar als onderdeel van de kasstroom uit investeringsactiviteiten.
Kasstromen uit kortlopende kredietfaciliteiten worden als financieringskasstroom opgenomen. Kasstromen in vreemde valuta worden omgerekend tegen een geschatte gemiddelde koers. Koersverschillen inzake geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond. Winstbelastingen, ontvangen en betaalde interest alsmede ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten.
De verkrijgingsprijs van verworven groepsmaatschappijen wordt opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geldmiddelen heeft plaatsgevonden. Hierbij worden geldmiddelen aanwezig in deze groepsmaatschappijen afgetrokken van de aankoopprijs. De verwerking is hetzelfde bij de verkoop van een groepsmaatschappij.
Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betaling van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasecontract wordt voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten.
Zie voor een nadere toelichting paragraaf Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2018.

Volgende:

Kritische beoordelingen en inschattingen