29. Management van financiële risico’s en financiële instrumenten


Financiële baten en lasten

In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de financiële baten en lasten. De geactiveerde bouwrente heeft betrekking op gemaakte rentekosten tijdens de uitvoeringsfase van grote investeringsprojecten.

(in EUR 1.000)

2018

2017

Interest- en overige financiële baten

Vorderingen op geassocieerde deelnemingen

7.052

7.954

Heffingsrente

648

788

Liquide middelen

659

-

Koersverschillen overige activa en passiva

1.780

1.900

Overige

164

44

10.303

10.686

Interest- en overige financiële lasten

Leningen

-75.633

-75.075

Derivaten

-11.396

-11.685

Reële waarde mutatie lening

-2.621

-4.950

Leaseverplichtingen

-12.438

-3.635

Koersverschillen vordering op geassocieerde deelnemingen

-1.086

-1.589

Geactiveerde bouwrente

3.693

854

Koersverschillen liquide middelen

-985

-214

Overige financiële resultaten

-

-3

-100.467

-96.297

Totaal financiële baten en lasten

-90.164

-85.611

De stijging van de totale financiële lasten is voornamelijk toe te schrijven aan een verlies van 9 miljoen euro door herberekening van de financiële lease verplichting met betrekking tot het kantoorgebouw The Base. De herberekening was het gevolg van het besluit in 2018 om te kiezen voor contractuele vervroegde aflossing in 2019. Bij vervroegde aflossing is een boeterente verschuldigd, die is verantwoord ten laste van 2018. Dit verlies werd gedeeltelijk gecompenseerd door een toename in de activering van bouwrente.

De post koersverschillen vorderingen op geassocieerde deelnemingen betreft de Redeemable Preference Shares (RPS) die Schiphol Group houdt in Brisbane Airport Corporation Holdings Ltd. Deze vordering wordt, mede door de bepalingen over terugbetaling van de nominale waarde aan de aandeelhouders binnen een termijn van tien jaar, niet gezien als een onderdeel van de netto-investering in de deelneming. Als gevolg hiervan zouden de omrekenings­verschillen verantwoord moeten worden in de winst- en verliesrekening in plaats van in de reserve omrekeningsverschillen. Het op deze langlopende vordering aanwezige vreemdevalutarisico wordt echter voor een belangrijk deel afgedekt door middel van jaarlijkse termijntransacties waarmee de positie in Australische dollars wordt gehedged naar de euro. Deze afdekkingstransacties worden verantwoord als zijnde een kasstroomafdekking en de hieraan gerelateerde koersverschillen worden verantwoord in de reserve afdekkingstransacties. De overige koersverschillen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Financiële risicofactoren

Door de aard van de activiteiten heeft Schiphol Group te maken met een verscheidenheid aan risico’s waaronder marktrisico, tegenpartijrisico en liquiditeitsrisico. In het beheersingsprogramma voor financiële risico’s (dat deel uitmaakt van het totale risicobeheersingsprogramma van Schiphol Group) ligt de nadruk op de onvoorspelbaarheid van de financiële markten en op het minimaliseren van de eventuele nadelige effecten daarvan op de financiële resultaten van Schiphol Group.

Schiphol Group maakt gebruik van derivaten voor de afdekking van bepaalde risico’s. Het financiële risicobeheer wordt verzorgd door de centrale treasury-afdeling (Corporate Treasury) en valt onder beleid dat de directie heeft goedgekeurd. De directie stelt schriftelijke richtlijnen op voor het financiële risicobeheer, en stelt daarnaast ook het beleid vast voor specifieke aandachtsgebieden als valutarisico, renterisico, kredietrisico, gebruik van afgeleide (derivaten) en niet-afgeleide financiële instrumenten en het uitzetten van een tijdelijk surplus aan liquiditeiten. De derivaatcontracten zijn opgenomen in de tabel op deze pagina.

Marktrisico

Marktrisico omvat drie soorten risico’s: valutarisico, prijsrisico en renterisico. 

Valutarisico

Valutarisico treedt op als toekomstige zakelijke transacties, in de balans opgenomen activa en verplichtingen en netto-investeringen in activiteiten buiten de eurozone worden uitgedrukt in een valuta die niet de functionele valuta van Schiphol Group is. De functionele valuta van Schiphol Group is de euro. Schiphol Group is internationaal actief en heeft te maken met valutarisico’s via enkele valutaposities. Het betreft dan vooral de Japanse yen (leningen), de Amerikaanse dollar (netto-investeringen in activiteiten buiten de eurozone) en de Australische dollar (netto-investeringen in activiteiten buiten de eurozone en langlopende vorderingen).

Bij de beheersing van het valutarisico met betrekking tot leningen maakt Schiphol Group gebruik van termijn- en swapcontracten. Het beleid voor de beheersing van het financiële risico is dat vrijwel 100% van de verwachte kasstromen wordt afgedekt. Per 31 december 2018 was van de groepsfinanciering 6,0% in vreemde valuta opgenomen (één lening met een boekwaarde van 158,7 miljoen euro overeenkomend met Japanse yen 20 miljard nominaal). Een jaar eerder betrof dit 6,8% van de groepsfinanciering (één lening met een boekwaarde van 147,6 miljoen euro overeenkomend met Japanse yen 20 miljard nominaal). Deze positie is in overeenstemming met voornoemd beleid volledig afgedekt met behulp van een valutaswap. Een wijziging in de koers van de betreffende vreemde valuta heeft derhalve geen effect op de resultaten uit hoofde van deze groepsfinanciering. Het effect op het eigen vermogen is tijdelijk (immers slechts voor de duur van de afdekkingstransactie) en bedraagt in 2018 8,3 miljoen euro positief (na aftrek van latente belastingen).

Schiphol Group heeft een aantal strategische investeringen in activiteiten buiten de eurozone, waarvan de netto-investeringen, verantwoord in de balans onder de regels geassocieerde deelnemingen en contract gerelateerde activa, te maken hebben met een omrekeningsrisico. De valutapositie die samenhangt met de netto-investeringen van de activiteiten buiten de eurozone van in totaal 162 miljoen euro per 31 december 2018 (160 miljoen euro per 31 december 2017) wordt in overeenstemming met het beleid niet afgedekt. Omrekeningsverschillen op de niet afgedekte positie in relatie tot de post geassocieerde deelnemingen worden verantwoord in de reserve omrekeningsverschillen en hebben ook geen directe invloed op het resultaat. Het effect op het eigen vermogen in 2018 bedraagt 5,9 miljoen euro negatief en daardoor neemt voornoemde reserve af van 5,9 miljoen euro per 31 december 2017 naar nihil per 31 december 2018.

De Redeemable Preference Shares die Schiphol Group houdt in Brisbane Airport Corporation Holdings Ltd. zijn in de balans verantwoord onder de regel vorderingen op geassocieerde deelnemingen. Het valutarisico op deze vordering inclusief te vorderen dividend, met een boekwaarde per 31 december 2018 van 56,1 miljoen euro (75,9 miljoen euro per 31 december 2017), wordt voor een belangrijk deel afgedekt met valutatermijntransacties. Een wijziging in de koers van de afgedekte vreemde valuta heeft derhalve een gering effect op de resultaten uit hoofde van deze vordering.

Wederpartij

Rente

Valuta

Nominaal

Looptijd

Reële waarde in EUR 1.000

Type

(in 1.000)

31 december 2018

31 december 2017

Valuta-renteswap

JPMorgan

5,64%

JPY

20.000.000

2038

40.631

17.541

Valuta termijn-transactie

BNP Paribas

n.v.t.

AUD

101.000

2019

2.125

2.481

42.756

20.022

Verantwoord in de balans onder:

Vaste activa

40.631

17.541

Kortlopende vorderingen/ verplichtingen

2.125

2.481

42.756

20.022

Het risico (tegenpartijrisico) dat Schiphol Group loopt op de cross-currency swap wordt gemitigeerd middels een 'cash collateral' overeenkomst met JPMorgan, die voor beide partijen resulteert in een maximale nettopositie, die afhankelijk is van de credit rating van beide partijen. Indien de credit rating van beide partijen verlaagd wordt, daalt tevens de maximale nettopositie op die partij. Volgens de 'cash collateral' overeenkomst wordt het verschil tussen de marktwaarde van de swap en de van toepassing zijnde maximale nettopositie wekelijks per bank betaald.

Per 31 december 2018 bedroeg de maximale nettopositie van beide partijen 10 miljoen euro (per 31 december 2017 10 miljoen euro) en bedroeg de marktwaarde van de swap circa 40,6 miljoen euro positief (per 31 december 2017 17,5 miljoen euro positief) in het voordeel van Schiphol Group. Per 31 december 2018 is er een openstaande verplichting voor Schiphol Group aan JPMorgan voor een bedrag van 30,9 miljoen euro (per 31 december 2017 een verplichting van 8,4 miljoen euro) uit hoofde van de gestorte collateral. Als de koers van de EUR/JPY met 10% daalt, ontvangen wij 28,6 miljoen euro van JPMorgan. Als de koers stijgt met 10% moet Schiphol Group 23,3 miljoen euro aan collateral terug storten.

De rentepercentages vermeld bij de valutaswaps, renteswaps en de cross-currency swap betreffen de vaste rente die op de betreffende swaps aan de wederpartij dient te worden betaald, tegen ontvangst van de wederpartij van de variabele (of vaste) rente die Schiphol Group op haar beurt dient te betalen op de betreffende leningen.

Prijsrisico

Prijsrisico betreft het risico dat de waarde van activa en verplichtingen zal schommelen als gevolg van veranderingen in marktprijzen. Schiphol Group heeft vooral te maken met het prijsrisico van vastgoedbeleggingen die door Schiphol Group tegen reële waarde worden verantwoord. Deze reële waarde wordt beïnvloed door ontwikkelingen in vraag en aanbod en veranderingen in de rentestand en inflatie. Een stijging van het door vastgoedbeleggers geëiste netto-aanvangsrendement (NAR) op kantoren en bedrijfsruimten met gemiddeld 10 procent zal leiden tot een daling van de waarde van onze kantoren en bedrijfsruimten van in totaal circa 136 miljoen euro. Een daling van de NAR van 10% zal leiden tot een stijging van in totaal circa 165 miljoen euro. Gezien voornoemde grondslag van waardering en resultaatbepaling is onze winstgevendheid voor belasting in die situatie tot eenzelfde bedrag lager.

Schiphol Group koopt elektriciteit en gas in en sluit daartoe voor wat betreft het eigen gebruik voor Aviation termijncontracten af.

Renterisico

Het renterisico is onderverdeeld in een reële waarde-renterisico en een kasstroom-renterisico.

Het reële waarde-renterisico betreft het risico dat de waarde van een financieel instrument zal schommelen als gevolg van schommelingen in de marktrente. Schiphol Group heeft geen omvangrijke financiële activa die reële waarde-renterisico lopen. Schiphol Group heeft via leningen tegen een vaste rente te maken met het reële waarde-renterisico. Als de marktrente met gemiddelde 0,5% daalt heeft dit tot gevolg dat de reële waarde van de leningen met 36 miljoen euro (1,3%) stijgt. Een stijging van de gemiddelde marktrente met 0,5% leidt tot een daling van de reële waarde van de leningen met 34 miljoen euro (1,2%). Het beleid van Schiphol Group is om ten minste 50% van de geleende gelden op te nemen tegen een vaste rente, zo nodig met gebruikmaking van derivaten. Per 31 december 2018 bedroeg het percentage leningen met een vaste rente 100%, exclusief dochters en geassocieerde deelnemingen (per 31 december 2017: 100%).

Het kasstroom-renterisico betreft het risico dat de toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van veranderingen in de marktrente. Schiphol Group heeft behalve liquide middelen geen omvangrijke financiële activa die een kasstroom-renterisico lopen. Indien de rente die wordt betaald op deposito’s gedurende het jaar 2018 gemiddeld 0,5% hoger zou zijn geweest (en derhalve -0,8% zou zijn geweest) was de rentelast uit hoofde van deposito’s 0,9 miljoen euro hoger uitgevallen (2017: 0,8 miljoen euro).

Daarnaast bestaat bij de groepsfinanciering een kasstroom-renterisico op langlopende leningen tegen een variabele rente. Deze positie wordt beperkt door het beleid van Schiphol Group om, zo nodig met gebruikmaking van derivaten, maximaal 50% van de geleende gelden tegen een variabele rente op te nemen (minimaal 50% vaste rente). Per 31 december 2018 bedroeg het percentage leningen met een variabele rente met betrekking tot de groepsfinanciering 0% (per 31 december 2017: 0%).

Kredietrisico

Kredietrisico betreft het risico dat de ene partij bij een financieel instrument haar verplichting niet zal nakomen, waardoor de andere partij een financieel verlies krijgt te verwerken. Tegenpartijen van Schiphol Group bij derivaten- en liquiditeitentransacties zijn beperkt tot financiële instellingen met een hoge kredietwaardigheid (minimaal een S&P credit rating in de A-categorie) waarbij de nettopositie per tegenpartij niet groter mag zijn dan 150,0 miljoen euro. De nettopositie per 31 december 2018 was maximaal 150,0 miljoen euro (per 31 december 2017: maximaal 150,0 miljoen euro).

Per 31 december 2018 bedraagt de post debiteuren 125,0 miljoen euro (per 31 december 2017: 120,3 miljoen euro). Dit bedrag is inclusief een voorziening voor verwachte kredietverliezen van 3 miljoen euro (per 31 december 2017: 4 miljoen euro) en ontvangen waarborgsommen van 4 miljoen euro (per 31 december 2017: 2 miljoen euro). Verwachte kredietverliezen worden gewaardeerd uitgaande van alle mogelijke situaties en ontwikkelingen die er gedurende de verwachte totale levensduur van de vordering toe kunnen leiden dat de debiteur in gebreke blijft. Hierbij wordt primair gebruik gemaakt van een voorzieningenmatrix gebaseerd op historische ervaringscijfers in relatie tot kredietverliezen per business area.

Aanvullend wordt de waardering van de kredietverliezen gebaseerd op informatie die met redelijke kosten en inspanning beschikbaar is, over actuele ontwikkelingen en verwachtingen ten aanzien van de markt en belangrijke handelsrelaties. Vorderingen op debiteuren die failliet zijn of surseance van betaling hebben aangevraagd worden voor 100 procent voorzien, evenals vorderingen die ouder zijn dan 1 jaar.

Partijen die diensten afnemen van Schiphol Group worden vooraf beoordeeld op kredietwaardigheid. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan kunnen van de afnemer bepaalde zekerheden worden verlangd (in de vorm van bankgarantie of waarborgsom) ter beperking van het risico van oninbaarheid. Schiphol Group beschikt per 31 december 2018 over een bedrag van 67,3 miljoen euro aan bankgaranties en waarborgsommen (per 31 december 2017: 48,4 miljoen euro). Eén onderneming, Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (KLM), heeft een individueel debiteurensaldo groter dan 10,0 miljoen euro.

Onderstaande tabel geeft meer informatie over de ouderdom van vorderingen en samenstelling van de voorziening voor verwachte kredietverliezen.

(in EUR 1.000)

Gewogen
gemiddeld
kredietverlies

Bruto
boekwaarde

Verwacht
kredietverlies

Netto
boekwaarde

Huidig, niet vervallen

0,0%

112.747

22

112.725

1-30 dagen na vervaldatum

0,7%

8.119

58

8.061

31-60 dagen na vervaldatum

4,2%

1.425

59

1.366

61-90 dagen na vervaldatum

5,1%

1.300

66

1.234

91-180 dagen na vervaldatum

28,5%

844

240

604

181-365 dagen na vervaldatum

26,5%

1.429

379

1.050

>365 dagen na vervaldatum

100,0%

969

969

-

Faillissementen en surseance van betaling

100,0%

1.184

1.184

-

2,3%

128.017

2.977

125.040

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico betreft het risico dat Schiphol Group problemen zal hebben om de financiële middelen bijeen te brengen die nodig zijn om te voldoen aan haar kortetermijn verplichtingen. Zorgvuldig beheer van het liquiditeitsrisico brengt met zich mee dat Schiphol Group voldoende liquide middelen aanhoudt en dat voldoende financieringsruimte voorhanden is, in de vorm van toegezegde (bij voorkeur gecommitteerde) kredietfaciliteiten en het EMTN-programma. In ons financieringsbeleid streven wij voorts naar het reduceren van het herfinancieringsrisico. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 23. Toelichting op het overzicht financiële positie waarin vorenstaande faciliteiten nader worden toegelicht. In het kader van het liquiditeitsrisico beheert Corporate Treasury de cashpool waarbij verschillende banksaldi beheerd en gesaldeerd worden van de dochters teneinde een optimaal saldobeheer te creëren.

Alle posten in onderstaande overzichten zijn opgenomen tegen de bedragen waartegen zij ook in de balans worden verantwoord en met een resterende looptijd gebaseerd op het jaartal van aflossing of afwikkeling zoals per post is overeengekomen met de wederpartij. Het beleid van Schiphol Group is dat maximaal 25% van de leningen een looptijd korter dan één jaar mag hebben. Per 31 december 2018 bedroeg dit percentage 14,0% (per 31 december 2017: 8,4%).

De resterende looptijd van de verplichtingen uit hoofde van financiële instrumenten en de samenstelling van de verwachte kasstromen is als volgt:

(in EUR 1.000)

Totaal 2018

Contractuele kasstromen

<= 1 jaar

> 1 jaar

> 1 jaar en
<= 5 jaar

> 5 jaar

Leningen

2.566.890

2.541.542

144.000

2.397.542

595.042

1.802.500

Schulden aan leveranciers

168.126

168.126

168.126

-

-

-

Te betalen interest

31.997

31.997

31.997

-

-

-

Totaal

2.767.013

2.741.665

344.123

2.397.542

595.042

1.802.500

(in EUR 1.000)

Totaal 2017

Contractuele kasstromen

<= 1 jaar

> 1 jaar

> 1 jaar en
<= 5 jaar

> 5 jaar

Leningen

2.109.847

2.090.920

39.000

2.051.920

740.420

1.311.500

Schulden aan leveranciers

120.809

120.809

120.809

-

-

-

Te betalen interest

32.191

32.191

32.191

-

-

-

Totaal

2.262.847

2.243.920

192.000

2.051.920

740.420

1.311.500

De financiële instrumenten zijn op basis van hun grondslagen van waardering en resultaatbepaling als volgt ingedeeld:

(in EUR 1.000)

Level1

Totaal 2018

Geamortiseerde kostprijs

Reële waarde, waardemutaties in het totaalresultaat

Reële waarde, waardemutaties in de winst- en verliesrekening

Reële waarde toelichting

Leningen

1

1.680.699

1.680.699

-

-

1.786.374

Leningen

2

836.026

836.026

-

-

977.130

Leningen

3

50.165

-

-

50.165

-

Schulden aan leveranciers

nvt

168.126

168.126

-

-

168.126

Te betalen interest

nvt

31.997

31.997

-

-

31.997

Passiva

2.767.013

2.716.848

-

50.165

2.963.627

Vorderingen op deelnemingen

2

-56.093

-56.093

-

-

-59.993

Leningen

2

-490

-490

-

-

-490

Derivaten vorderingen

2

-42.756

-

-42.756

-

-

Leningen deelnemingen

2

-11.090

-11.090

-

-

-11.090

Debiteuren

nvt

-125.040

-125.040

-

-

-125.040

Liquide middelen en deposito's

nvt

-651.501

-651.501

-

-

-651.501

Activa

-886.970

-844.214

-42.756

-

-848.114

Totaal

1.880.043

1.872.634

-42.756

50.165

2.115.513

  • Indien een instrument niet is gewaardeerd tegen rëele waarde is de waarderingsmethode opgenomen die is gehanteerd voor de rëele waarde toelichting.

(in EUR 1.000)

Level

Totaal 2017

Geamortiseerde kostprijs

Reële waarde, waardemutaties in het totaalresultaat

Reële waarde, waardemutaties in de winst- en verliesrekening

Reële waarde toelichting

Leningen

1

980.952

980.952

-

-

1.081.756

Leningen

2

1.083.922

1.083.922

-

-

1.256.196

Leningen

3

44.973

-

-

44.973

-

Schulden aan leveranciers

nvt

120.809

120.809

-

-

120.809

Te betalen interest

nvt

32.191

32.191

-

-

32.191

Passiva

2.262.847

2.217.874

-

44.973

2.490.952

Vorderingen op deelnemingen

2

-75.885

-75.885

-

-

-79.750

Leningen

2

-607

-607

-

-

-607

Derivaten vorderingen

2

-20.022

-

-20.022

-

-

Leningen deelnemingen

2

-8.767

-8.767

-

-

-8.767

Performance shares BACH

2

-12.169

-

-

-12.169

-

Debiteuren

nvt

-120.336

-120.336

-

-

Liquide middelen en deposito's

nvt

-360.370

-360.370

-

-

Activa

-598.156

-565.965

-20.022

-12.169

-89.124

Totaal

1.664.691

1.651.909

-20.022

32.804

2.401.829

De reële waarde is herberekend aan het einde van iedere rapportage periode. Afhankelijk van de daarbij gebruikte input valt de reële waarde onder één van de volgende waarderingsmethoden (level) :

  • Level 1: Onaangepaste genoteerde prijzen in actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
  • Level 2: Genoteerde prijzen voor soortgelijke activa en verplichtingen in actieve markten of gegevens die gebaseerd zijn op of ondersteund worden door waarneembare marktgegevens;
  • Level 3: Niet waarneembare gegevens voor het bepalen van de reële waarde van een actief of verplichting.

Per 31 december 2018 zijn 5 van de 9 EMTN leningen verschoven van Level 2 naar Level 1 aangezien de reële waarde gebaseerd kon worden op genoteerde prijzen in actieve markten. Er hebben zich geen verschuivingen voorgedaan van Level 1 naar Level 2. Level 2-waarderingen worden bepaald door verschillende methodes en veronderstellingen gebaseerd op de marktomstandigheden per balansdatum. De reële waarde van deze financiële instrumenten wordt bepaald op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen omgerekend naar euro, op basis van de relevante koersen en de op dat moment door Schiphol Group gehanteerde marktrente per balansdatum.

De Level 3-waardering ziet op één winstdelende lening gekoppeld aan de reële waarde van een specifieke vastgoedportefeuille. De kasstromen zijn hierbij ingeschat op basis van de verwachte eindwaarde van de portefeuille op aflossingsdatum. Deze waarde is gebaseerd op taxatierapporten van onafhankelijke taxateurs. Voor deze veronderstellingen verwijzen wij naar de paragraaf 11.Toelichting op het overzicht financiële positie. Als gevolg van de positieve reële waarde ontwikkelingen op de vastgoedportefeuille vertoont de reële waarde van de lening een soortgelijk (tegenovergesteld) effect.

Met betrekking tot de vordering op deelnemingen, debiteuren, liquide middelen en schulden aan leveranciers wordt verondersteld dat de nominale waarde de reële waarde benadert.

Kapitaalbeheer

De kapitaalstrategie en het dividendbeleid van Schiphol Group voor de lange termijn zijn gericht op verbetering van de aandeelhouderswaarde, bevordering van duurzame groei en behoud van een passende financiële structuur en gedegen kredietwaardigheid. Gegeven de aandeelhoudersstructuur heeft Schiphol Group in de kapitaalmarkt uitsluitend toegang tot schuldpapier.

Schiphol Group hanteert enkele financieringsratio’s, waaronder kasstroomcijfers, om inzicht te houden in de dynamiek van kapitaalstructuur, dividendbeleid en kasstroomgeneratie en om in het toezicht op de kapitaalstructuur aan te sluiten bij ratinginstituten en vergelijkbare best practices. De belangrijke financieringsratio’s zijn in dit verband onder meer:

  • Funds From Operations (FFO)/totale schuld, de FFO gedeeld door de totale schuld;
  • Leverage, dit betreft rentedragend vreemd vermogen gedeeld door het eigen vermogen plus het rentedragend vreemd vermogen;
  • Funds From Operations (FFO) interest dekkingsratio, dit betreft de FFO plus rentelasten gedeeld door de rentelasten.
Funds From Operations

(in EUR 1.000)

2018

2017

Exploitatieresultaat

368.125

358.661

Afschrijvingen en amortisatie

268.960

263.715

Bijzondere waardeveranderingen

1.000

-

Terugdraaien bijzondere waardeveranderingen

-3.300

-

Resultaat uit verkoop vastgoed

-1.380

-

Resultaat uit verkoop dochtermaatschappijen

-

-26.039

Overige resultaten uit vastgoed

-105.584

-42.477

Mutatie overige vorderingen en verplichtingen

4.097

3.950

Mutatie personeelsbeloningen en overige voorzieningen

6.943

6.740

Betaalde winstbelasting

-46.439

-54.699

Betaalde interest

-75.716

-74.457

Ontvangen interest

1.471

832

Ontvangsten uit intrekken performance share BACH

23.477

-

Ontvangen dividend

49.817

30.286

Funds From Operations

491.470

466.512

Bovenstaande Funds From Operations wordt berekend specifiek ten behoeve van de financieringsratio’s en wijkt af van de kasstroom uit operationele activiteiten zoals berekend, in overeenstemming met onze grondslagen voor verslaggeving, in het Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2018. Funds From Operations (FFO) is de operationele kasstroom gecorrigeerd voor het werkkapitaal. De FFO is in 2018 gestegen van 467 miljoen euro naar 491 miljoen euro.

(in EUR 1.000)

2018

2017

Leningen

2.366.235

2.074.627

Leaseverplichtingen

3.457

46.229

Langlopende verplichtingen

2.369.692

2.120.856

Leningen

200.655

35.220

Leaseverplichtingen

52.081

3.093

Kortlopende verplichtingen

252.736

38.313

Totale schuld

2.622.428

2.159.169

Vreemd vermogen bestaat, in het kader van kapitaalbeheer, uit de langlopende en kortlopende verplichtingen zoals opgenomen in de totale schuld. Eigen vermogen is, in het kader van kapitaalbeheer, gelijk aan het eigen vermogen in de geconsolideerde balans. Per 31 december 2018 bedroeg het eigen vermogen 4.117 miljoen euro (3.978 miljoen euro per 31 december 2017).

De FFO/totale schuld en leverage ratio's bedroegen per 31 december:

2018

2017

FFO/totale schuld

18,7%

21,6%

Leverage

38,9%

35,2%

FFO interest dekkingsratio

6,6x

6,9x

De FFO interest dekkingsratio wordt berekend door de FFO vermeerderd met de rentelasten uit hoofde van leningen en leaseverplichtingen van 88,1 miljoen euro in 2018 (78,7 miljoen euro in 2017) te delen door de rentelasten. Zodoende bedroeg de FFO interest dekkingsratio over 2018 6,6x (over 2017 6,9x). De ratio’s per 31 december 2018 passen in het beleid van Schiphol Group om minimaal een single A credit rating (S&P’s) te handhaven.

Volgende:

Gerelateerde partijen