Economische regulering: Regulering
van de tarieven
op Schiphol

Onze inkomsten zijn onderverdeeld in een gereguleerde en een niet-gereguleerde stroom; dit heet het dual till-systeem. De tarieven voor de luchtvaartactiviteiten op Amsterdam Airport Schiphol zijn gereguleerd. De bedragen die Schiphol Group in rekening mag brengen, beperken zich tot de kosten die samenhangen met de primaire luchthavenoperatie, de bijbehorende infrastructuur en met security.

Op 1 juli 2017 is de nieuwe Wet luchtvaart inzake de exploitatie van de luchthaven Schiphol in werking getreden. Op grond van deze wet worden de tarieven niet langer per jaar, maar per drie jaar vastgesteld. Dit gaat in vanaf de periode 2019-2021. Ook nieuw is dat er voortaan verplicht een bijdrage van de niet-luchtvaartactiviteiten naar de luchtvaartactiviteiten gaat. De hoogte daarvan wordt vastgesteld door de aandeelhouders van Schiphol.

Het rendement op de luchtvaartactiviteiten, de regulatory asset base, kent een maximum; dat maximale rendement is gelijk aan de gereguleerde gemiddelde vermogenskostenvoet (Weighted Average Cost of Capital, WACC) die voor de komende driejaarlijkse periode wordt bepaald. De ontwikkeling van de tienjaarsrente op staatsobligaties heeft hierop een grote invloed. Voor het rendement op zijn aviation-activa is Schiphol Group daarom afhankelijk van de algemene renteontwikkeling. De gereguleerde WACC kwam in 2018 uit op 2,16 procent en is voor de tariefperiode 2019-2021 vastgesteld op 2,71 procent (na belasting).

De niet-luchtvaartactiviteiten op Schiphol zijn niet gereguleerd. Dit zijn alle activiteiten op het gebied van winkels, horeca, media, vastgoedontwikkeling, verhuringen en autoparkeergelden.

De exploitatie van elk van onze regionale luchthavens blijft niet-gereguleerd zolang het aantal passagiers per jaar onder de vijf miljoen blijft. Eindhoven Airport heeft die grens in 2017 bereikt, wat betekent dat de havengelden daar met ingang van 2019 gereguleerd zullen zijn. Ook enkele van onze internationale activiteiten vallen onder economische regulering.

Concurrerende tarieven

De tarieven die we airlines in rekening brengen voor het gebruik van Amsterdam Airport Schiphol zijn gereguleerd en worden jaarlijks vastgesteld na een consultatieronde met de luchtvaartmaatschappijen. Op grond van de Wet luchtvaart houdt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toezicht op de tarieven.

Schiphol concurreert rechtstreeks met verschillende luchthavens elders in Europa. Een groot deel van de passagiers kan immers ook kiezen voor een andere luchthaven in ons omringende landen. De capaciteit en kwaliteit van onze luchthavens en de diensten die we willen verlenen aan luchtvaartmaatschappijen, afhandelaren, passagiers en andere klanten staan daarom centraal. De prijs-kwaliteitverhouding van Schiphol steekt de afgelopen jaren gunstig af tegen die van onze grote Europese concurrenten.

Tariefstructuur 2019-2021

Na zorgvuldige en uitgebreide consultatie van de luchtvaartmaatschappijen zijn op 31 oktober 2018 in overeenstemming met de bepalingen in de nieuwe Wet luchtvaart de tarieven vastgesteld voor de eerste driejaarlijkse periode 2019-2021. Deze tarieven gaan op 1 april 2019 in. Gemiddeld gaan de tarieven in de komende driejaarlijkse periode per jaar 7,9 procent omhoog. De tariefsverhoging is het gevolg van investeringen en exploitatiekosten die nodig zijn om de huidige en verwachte groei van het aantal passagiers op te kunnen vangen. Bij de tariefsverhoging voor 2019 is ook rekening gehouden met niet-operationele factoren in verband met een reguleringswijziging, die onder meer de verwerking van de verrekening van havengelden betreft, en met de stijging van de WACC (samen goed voor een stijging van de tarieven met 10 procent).

Havengelden

De gemiddelde jaarlijkse stijging van 7,9 procent in 2019-2021 omvat een gemiddelde stijging van 10,7 procent in 2019, een stijging van 8,7 procent in 2020 en van 4,2 procent in 2021. De havengelden kunnen worden opgesplitst in start- en landingsgelden (met inbegrip van geluids- en emissiekosten), heffingen voor passagiers, vracht en infrastructuur, securityheffingen (door zowel de luchthaven als van overheidswege) en parkeergelden.

De nieuwe tariefstructuur bevat een substantieel duurzaamheidselement. Bij de start- en landingsgelden worden vliegtuigen bevoordeeld die minder lawaai produceren en milieuvriendelijker zijn. Voor meer informatie over dit duurzaamheidselement, zie Ketenverantwoordelijkheid in het onderdeel Mens, milieu en omgeving in het hoofdstuk Onze resultaten.

Volgende:

Onze processen
vormen de basis
van onze waardeketen